Lees onze kleine avonturen

Hier gaat het dus gebeuren, hier kan je de avonturen, de fratsen en waarschijnlijk af en toe de verdrietjes van onze superhelden volgen.

Hou je klaar voor Slisse en Cesaar 2.0

 

Wil je geen enkel avontuur van Slisse & Cesaar missen?
Laat dan even van je horen via het contactformulier.
Zodra er een nieuwe blogpost online staat, sturen onze twee rakkers je een vrolijk seintje.
Zo blijf je altijd mee met hun streken, knuffels en kattenkwaad.

Een kangoeroe met koppijn en een braadworst zonder tanden

Jodelahitie!

 

’t Is dus Slisse hier hé. Volgens Cesaar kan ik nog altijd niet blaffen, zoals jullie vorige week konden lezen. Maar eerlijk? Ik vind jodelen gewoon véél leuker. Blaffen kan elke hond… maar jodelen, dat is voor de speciallekes. En ja, ik behoor duidelijk tot die elite.

 

De kleinste tweevoeter wordt trouwens elke week groter. Letterlijk, maar vooral figuurlijk. Zo stond er hier in de tuin een groot houten speelding voor kleine tweevoeters. Blijkbaar heeft ze daar ooit veel plezier aan gehad, maar nu kijkt ze er niet meer naar om. Logisch ook… ze heeft het tegenwoordig veel te druk met ons entertainen. Prioriteiten… ik blijf het zeggen

Dus dat ding moest weg: graven, sleutelen, zagen, vloeken… en dan kwamen er ook nog twee vreemde tweevoeters dat hele gevaarte ophalen. Best spannend eigenlijk. Vooral voor Cesaar, want die was – hoe zal ik het zacht zeggen – opnieuw lichtjes in paniek. Tjonge jonge… in plaats van even kennis te maken en te testen of je die nieuwelingen ook zo zot krijgt zoals onze eigen tweevoeters, gaat hij daar een beetje staan blaffen. Ja, knap dat hij dat kan… maar een heldendaad? Mwa, eerder een auditie voor “beste achtergrondgeluid”.

 

In de plaats van dat speelding staat er nu een groot rond afdak in de tuin. Ze noemen het een trampoline of zoiets. Voor ons is dat gewoon een luxe schuilplek. We kunnen eronder door crossen, ons verstoppen en chillen in de schaduw. Alleen… mijn kangoeroesprongen? Die zijn dus lichtjes ingeperkt want daar is het ding net iets té laag voor. Amai, mijn koppeke heeft het al geweten.

 

De dag erna hebben de tweevoeters bloemekes geplant. Wij dachten eerst dat het een wedstrijd was: zij planten, wij uitgraven. Snelheid tegen sabotage. Maar aan hun reactie te zien was dat precies niet de bedoeling. We mochten wel met de lege pottekes spelen… ook plezant, én beter voor het hart én de stembanden van de tweevoeter. Win-win, als je ’t mij vraagt.

 

Zaterdagavond moesten de twee oudste tweevoeters ergens naartoe en nonkeltje moest werken. Bandiet ging eigenlijk babysitten op ons, maar die sukkelaar heeft een ontstoken pootje en voelde zich niet top. Bovendien waren ze er toch niet helemaal gerust in, want we waren nog nooit langer dan een uurtje alleen geweest.

Dus… kwam er een camera. Een spion in de living. Dan konden ze ons “gerust” in het oog houden. Alleen waren ze één klein detail vergeten: ons pelske lag niet in het zicht van die spion. En laat dat nu net de plek zijn waar wij besloten om een dutje te doen. Resultaat? Drie ongeruste tweevoeters op verplaatsing… en drie luid snurkende hondjes buiten beeld.

Maar, het moet gezegd, we hebben ons voorbeeldig gedragen. Wat eigenlijk een beetje jammer is, want anders had ik hier een sappig verhaal gehad in plaats van dit droge cameradrama.

 

Verder heb ik deze week intensief getraind voor de special forces. Camouflagetechnieken, stillekes sluipen, strategisch verdwijnen… ik ben er helemaal klaar voor om ons fort te verdedigen als het ooit nodig is. Misschien moet ik toch nog eens werk maken van dat blaffen… al blijf ik erbij: jodelen heeft meer klasse.

 

 

En dan het belangrijkste nieuws: Cesaar heeft zijn eerste tand verloren! Meneer is aan het wisselen en zou nu officieel een man moeten worden. Al vrees ik dat daar nog een klein trajectje voor nodig is.

Uiterlijk gaat het alleszins goed. Misschien zelfs té goed. Want in plaats van een “kleine dwerg” – zoals zijn kweker beweerde – groeit hij stilaan uit tot een mega-worst. Geen hotdog meer, nee… eerder een overgroeide Duitse braadworst die al lang niet meer tussen een broodje past. Hij groeit vooral in de lengte. In de breedte ook een beetje… maar omhoog? Dat blijft voorlopig een ambitie.

Al moet ik toegeven: bij tikkertje komt dat hem goed van pas. Hij maakt een schijnbeweging en loopt dan gewoon onder mij door. Ja ja… wie niet rap is, moet slim zijn hé.

 

 

Tot volgende week… dan is het aan Cesaar om het woord te nemen. Ik ben nu al benieuwd welke versie van de feiten hij weer gaat vertellen.

 

Jodelahitie! ๐Ÿพ

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

luxe schuilplek voor zonnekloppers

Voor al uw zwerfvuil slechts één adres

wekelijkse 'lieve hoopjes foto"

camouflage-technieken bijschaven 

heel stil sluipen en dan… attack! Vijand bij de lurven gevat

Oeps! Deze had ik niet zien aankomen

Blaffen als een heer en jodelen als een losgeslagen berggeit

 

Groot nieuws, mensen. Zet u neer en luister aandachtig naar mij, Cesaar, want dit is van historisch belang: ik kan BLAFFEN. Maar dan ook écht blaffen, hè. Geen kinderachtig gepiep of wat amateuristisch gekef—neen, een diepe, indrukwekkende, “maak-de-buren-wakker”-blaf. Kortom: de stem van een heer.

 

Vanaf nu dus graag wat respect en mij aanspreken met mijnheer Cesaar. Behalve de kleine tweevoeter, die mag “de puppy'tjes” blijven zeggen. Ze zegt dat zo schattig, de liefde spat ervan af.

 

Het begon ergens begin deze week. Plots kwam er een vreemd, zwaar geluid uit mijn keel. Ik schrok er eerlijk gezegd zelf een beetje van—ik dacht eerst dat er een tractor vastzat in mijn lijf. Maar al snel had ik door: dit is talent. Pure klasse. Dus ben ik beginnen oefenen. En kijk, een paar dagen later: officieel de baard in de keel.

 

En dan heb je Slisse. Ach ja. Onze dappere held. Van niks bang, altijd paraat… maar blaffen? Ho maar. Niks van. Die heeft voorlopig alleen een baard onder zijn kin in plaats van in de keel.

 

MAAR (eerlijk is eerlijk), hij heeft wel… speciale talenten. Dingen waarvan ge denkt: dat kan toch niet. Die hond kan jodelen als een volleerde Oostenrijker. Geen mop. En alsof dat nog niet genoeg is, doet hij er soms een sirene bovenop. Echt waar, ge gelooft uw eigen oren niet. En dat is trouwens geen gezaag of geklaag, hè—dat is gewoon een spontane “kijk eens hoe geweldig ik ben”-act om alle aandacht naar zich toe te trekken. En dat lukt want de tweevoeters liggen dan dubbel van het lachen. Ach ja ik gun het hem wel dat kleine succes.

 

Al moet ik toegeven… soms misbruikt hij het wel en laat hij het klinken als echt gejank en dat werkt dan wel in zijn voordeel. Laatst, midden in de nacht, begon hij ineens een zielige opera—ik overdrijf niet—te zingen. Echt zo’n klaagzang dat ge denkt: oei, drama! Ik verwachtte dat hij buiten ging vliegen. Maar nee hoor. Meneer wordt getroost, opgepakt en mag gezellig verder slapen in de armen van ’t vrouwke op de zetel.

 

Pfff… wat een show voor waarschijnlijk gewoon een nachtmerrie.

 

Verder hebben wij deze week onze skills verfijnd in… de kunst van het afwassen. Ja ja. Wij helpen in het huishouden. Kijk maar naar de foto’s.

 

Maar daar wil ik toch even iets over kwijt: zolang er een gsm in de buurt is, mogen wij precies alles. Hoe zotter, hoe beter. “Ja ja, doe maar, kruip maar in de vaatwasser, fantastisch beeld!” Maar van zodra die foto’s getrokken zijn: BAM—regels.

“Allez Slisse, wat doet ge nu? Met uw poten op het afwasmachine? Dat mag niet hè!”

 

Ah nee? Maar eerst wel foto’s pakken en niks zeggen? Pfff… hypocrisie, noem ik dat.

 

Maar we hebben er achteraf wel goed mee gelachen. Ge moest eens zien hoe Slisse eruitzag—zijn snoet volledig onder de saus. Echt… een kunstwerk.

 

En nog groter nieuws: ik ben deze week niet alleen man geworden… maar ook vader. Rustig, rustig—geen paniek,'t is geen echte gezinsuitbreiding. Ik heb de panda van Slisse geadopteerd.

 

Die panda kwam ooit mee uit zijn nest, maar werd compleet genegeerd. Begrijpelijk natuurlijk—hij had mij. Kwestie van prioriteiten hé. Andere knuffels worden hier zonder pardon gesloopt, uit elkaar getrokken en ergens in de tuin achtergelaten. Maar de panda? Op de één of andere bizarre manier bleef die altijd buiten schot.

 

Tot nu, vanaf nu  is hij officieel van mij. En het strafste: Slisse respecteert dat gewoon, van panda blijft hij af. Zie je wel wie hier de echte leider is.

 

Tot slot nog een gouden tip van mijnheer Cesaar zelf: wil je veel “ooohs” en “aaahs” scoren? Kruip samen met uw beste maat onder een dekentje, kom dan héél voorzichtig piepen… en zet uw aller-schattigste puppyoogjes op.

 

Resultaat: instant smeltende tweevoeters, die meteen naar hun…ja, hun GSM grijpen voor de zoveelste fotoreeks…

 

Volgende week is mijne maat terug aan de beurt, maar daarna zie ik jullie weer. 

 

Tot dan, 

Cesaar 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slisse heeft geen inspiratie... deze week is Cesaar de hoofdredacteur

Zelfs de stoerste held kruipt soms terug in moeke’s armen om zijn hart weer rustig te maken

Slisse doet de voorwas, Cesaar doet de kwaliteitscontrole

Slisse is nu officieel een keukenspons

Het moet niet altijd stoerdoenerij zijn. Soms heb je gewoon een zachte papa nodig… en dat is Cesaar

Duo pakketje gezelligheid

Knus? Ja. Onschuldig? Absoluut niet. Dit snoetje is alweer kattenkwaad aan 't bedenken

Slisse is uit de kast gekomen en Cesaar kreeg promotie

 

Waf, waf,

Na de verslagen van de voorbije weken zal je waarschijnlijk denken: “Cesaar, jij hebt vast weer heroïsche dingen meegemaakt deze week!” Euh… nee dus. Niet echt. Ik heb mij deze week redelijk voorbeeldig gedragen. (Ja, ja, ik hoor u al lachen.) Maar allé, iemand moet hier toch de volwassen hond zijn hé… en dat is duidelijk niét mijne maat Slisse.

 

Die heeft het weer klaargespeeld zenne. De tweevoeter was iets gaan halen uit de voorraadkast  en meneer dacht: “Ideaal moment voor een verkenningsmissie.” Hup, de kast in. Probleem: de grote tweevoeter had dat dus niet gezien. Kast toe. Garagedeur toe. En daar zat hij dan… opgesloten. Alleen. In het donker.

Ik zeg u eerlijk: ik had daar vast en zeker liggen bibberen, brullen, jammeren, en mij emotioneel laten opvangen achteraf. Maar hij niet hoor, hij bleef geduldig wachten. Gelukkig moesten ze even later terug in de garage zijn en hoorden ze gekrab in de kast. Paniek! “was dat misschien een muis?!” Ze deden de deur open… maar er sprong geen muis uit, maar onze Slisse! Vrolijk als altijd, 'Verrassing!'

En twee minuten later? Meneer was alweer op avontuur. Geen trauma, geen drama. Ik verdenk hem ervan dat hij het expres doet, puur voor de spanning.

 

Maar goed, ik dacht: “Cesaar, tijd om zelf ook eens stoer te doen.” Dus ik had mij verstopt in de papiermand. Perfect gecamoufleerd, strategisch opgesteld… echt een meesterzet.

Resultaat? Gelach. Gewoon… gelach.

Excuseer? Ik doe hier aan hoogstaande camouflage-oefeningen en zij vinden dat “schattig”. Pfff.

 

Begin van de week was het schoon weer en de kleine tweevoeter was buiten aan het spelen. Met een pallet en een balleke slaan.

Nu ja… zij dacht dat. Wij dachten: “Joepie, ze heeft een bal voor ons!”

Dus ja, wij vol enthousiasme meedoen… blijkbaar was dat niet de bedoeling. Plan B dan maar: met pittenzakjes  plankskes omver gooien.

Maar Slisse had direct door wat de bedoeling was: zakjes stelen. Spel kapot. Iedereen content… behalve de kleine tweevoeter.

 

Binnen werd het er ni rustiger op. Ze wou leren borduren. Met gekleurde bollekes wol.

Mannekes… ge weet toch… wol = spelen. Punt.

Dus ja, dat werd chaos. Tikkertje rond de tafel dan maar! Wij vonden dat fantastisch. De kleine tweevoeter ook.

De grote tweevoeters? “Te luid! Te snel! Te gevaarlijk!”

Overdrijven is ook een kunst hé.

 

Maar ze ziet ons nog altijd graag zenne. Dat heeft ze zelf gezegd. Minstens honderd keer. (Ik heb geteld. Ongeveer.)

We hebben trouwens al bijnamen van haar gekregen: Raketje en Likkertje.

Ik ga hier niet zeggen wie wie is… maar ge moogt één keer raden wie er altijd de natste kusjes uitdeelt.

 

We zijn ook nog met de auto weggeweest. En ik ga eerlijk zijn: ik vind het VERSCHRIKKELIJK en dat wordt alleen maar erger.

Ik heb daar moord en brand geschreeuwd. Non-stop. Met overtuiging. Met passie. In alle toonhoogten.

En wie zit daar naast mij alsof hij op vakantie is, alles rustig te bekijken ? Juist ja… Slisse. Cool doen. Alsof hij geboren is in een auto.

Macho gedoe zeg ik je.

 

En dan in de tuin… meneer sluipt achter de duiven. Echt, ge moet dat zien. Plat op de grond, millimeter per millimeter vooruit.

Ik denk altijd: “Jongen toch… ge kunt ni vliegen.”

Maar hij gelooft er echt in. Ooit, zegt hij, gaat hij ze pakken.

Ja… tja… dromen zijn belangrijk zeker?

 

Maar kijk, ieder zijn talenten hé.

Ik, bijvoorbeeld, ben duidelijk het muzikaal genie van het huishouden.

Zingen? Kan ik. (De tweevoeters moeten het gewoon nog leren appreciëren.)

Ritme? Check. Met mijn staart sla ik perfect de maat.

En als ik goed blijf opletten in de mancave, speel ik binnenkort accordeon én piano.

Ja ja, ge hoort het goed.

 

Wist ge trouwens dat ik de enige hond ben die daar binnen mag?

Niet zomaar hé… ik ben gepromoveerd tot manager van de grootste tweevoeter.

Groot verantwoordelijkheidsgevoel, belangrijke functie… echt iets voor mij.

 

Dus ge kunt u voorstellen hoe verontwaardigd ik was toen ik deze week eens een keer niet mee mocht naar boven.

“Vergeten”, zei hij.

Vergeten?!

Mij?!

 

Mannekes… dat is gelijk dat ge vergeet om te ademen. Dat kán gewoon ni.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lepeltje lepeltje, haasje over, ...

Operatie 'papiermand': camouflagetechnieken mislukt, maar schattigheid 10/10

Plan A: sportief spelleke voor de tweevoeters. Ons plan: zie de rode pijl

Plan B: pittenzakjes, daar is Slisse zot van

volle focus op de duif... dan dichterbij sluipen... en dan VLIEGEN!

Als ge nu denkt dat ge mij beneden kunt laten, dan ben je serieus fout zenne

Over grote competities en kleine deugnieten (of was ,t nu andersom?) 

Mannekes, mannekes… ga er maar eens goed voor zitten, want ik – Slisse, kampioen in alles wat een beetje deugnietachtig is – heb een week achter de rug waar ge  ‘U’ tegen zegt.

 

Om te beginnen: de grote competitie tegen Cesaar: “om ter meeste sloeffen kapot bijten.” En ik kan je zeggen: ik sta lichtjes voor. Niet dat ik dat spel volledig snap, hé. Echt waar, die tweevoeters leggen hun allerleukste speelgoed gewoon op de grond… en dan, plots, pakken ze dat af en steken ze daar hun voeten in. Hun voeten hé. Ja hallo? Dan denkt een mens – euh, een hond – toch: “Ah, deel twee van het spel: terugpakken!” En ja, soms moet ge dan per ongeluk een teen meepakken. Ze vinden dat precies niet zo plezant… ja seg.

 

Onze tweede competitie gaat ook nog steeds door: putten graven. Team Slisse & Cesaar staat momenteel 5-4 voor op de mensen. We blijven ze altijd een stapje voor, letterlijk en figuurlijk. Wij graven, zij vullen…benieuwd wie het langste volhoudt … ik gok op ons

 

Dan was er ook nog verstoppertje spelen tussen de bosjes! Ook dat hebben ze dus écht proberen te verbieden.

Maar stel u  eens voor: alles is rustig… niks aan de hand… en dan beginnen de bosjes ineens te bewegen. Eerst zacht, dan wat harder en dan plots… boem! Als twee duveltjes uit een doosje, springen wij eruit, rollebollend op, over en onder elkaar.. Ge moet die tweevoeters hun koppen dan eens zien, hilarisch! Dat is toch ook geen kattenkwaad meer, dat is puur entertainment van hoog niveau. Beter dan tv zeggen ze soms.

 

En wij maken het nog spannender ook, hé. Soms wachten we extra lang. Heel stil. Geen beweging. Ge ziet ze dan al twijfelen: “Zou het gedaan zijn?” … en dan: zwiep zwiep, bosjes gaan weer alle kanten op en hopla, daar zijn we weer! Ik zeg het je, als daar punten voor gegeven werden, wij stonden al lang op het podium.

 

Dus ja… verbieden mogen ze proberen. Maar zolang die bosjes bewegen, blijven wij spelen. ๐Ÿ˜

 

Oh ja, ik ben ook aan ‘t tuinieren en heb daarvoor een bloempot gepikt. Kei plezant! Alleen… Cesaar wou weer niet meedoen. Meneer was moe. Moe! Pffff… soms vraag ik mij af of hij wel begrijpt hoe serieus ik mijn carrière neem.

 

Maar allé, ik ben niet alleen maar een deugniet, hé. Ik heb deze week ook keihard geoefend op mijn high five. Met mijn pootje, jawel. Ik wil dat perfect kunnen, want ik heb iets ontdekt: ge kunt eender wat uitsteken – sloeffen, putten, bloempotten – maar als ge daarna een perfecte high five geeft… dan smelten die tweevoeters onmiddellijk . “Ooooh, kijk hoe schattig, precies Skippy!” zeggen ze dan. En als ik daar dan nog mijn schattige puppyoogjes-blik bovenop doe… tja, succes gegarandeerd, hé.

 

Verder heb ik samen met Cesaar de wacht gehouden aan het raam van het atelier. Bodyguard-gewijs. Niemand komt daar voorbij zonder dat wij het gezien hebben. 

 

Ik heb ook weer geposeerd voor de wekelijkse “Slisse-doet-rare-dingen”-foto, en – mijn persoonlijke favoriet – onder ’t vrouwke haar trui gekropen om te slapen. Ja seg, al dat licht… een hond moet zich toch ergens terugtrekken.

 

Maar het allerbeste van de hele week? Het bos! Mannekes… in plaats van dat korte leibandje – waar ge nog geen deftige sprong of salto mee kunt doen – kreeg ik een lange koord. Een lange! Ik zeg u: vrijheid! Ik heb gelopen, gesprongen, capriolen gedaan, grote beesten gezien (ze noemen die blijkbaar paarden… serieus, wie heeft dat formaat goedgekeurd?) en… dennenappels. Overal dennenappels. Het is daar gewoon een buffet.

 

En nu komt het schoonste: Cesaar wou dus weer niet mee. Ja, ge leest dat goed. Die hoort nog maar het woord “wandelen” en foetsie, meneer is verdwenen. Hij is sneller weg dan zijn eigen schaduw. Ge roept “wan—” en ge ziet nog net een staart de hoek om verdwijnen. Onbegrijpelijk! Wie loopt er nu weg van zoveel avontuur? Van dennenappels? Van de kans om salto’s te doen aan een lange koord? Echt waar, ik zie hem graag hé, maar soms snap ik er echt niks van…

Trouwens het strafste van al is, echt moe wordt ge daar nie van zenne, want halverwege kreeg ik dus een een lift hé. Jawel. In een spiksplinternieuwe zak, op de borst van vokke, helemaal relaxed en wat een  uitzicht! Ik hing daar gelijk een koning. Serieus , bijna even plezant als zelf rondcrossen. Maar psst… dat ga ik dus niet tegen Cesaar zeggen, hé. Want die superdeluxe taxi… die deel ik niet. Daar is hij te klein voor.

De zak bedoel ik hé… de teckel is ondertussen meer dan lang genoeg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1...2..3.. bedot!

tuinieren zonder plan, maar met volle goesting

Subiet position switch hé Slisse

de wekelijkse Slisse-doet-rare-dingen foto

De luxe taxi

Eindelijk rust als Slisse op wandel is

Over diva's en uitslovers

Mannekes, mannekes, wat een week was me dat. Er is hier veel gelachen, veel geleerd (althans… dat is wat de baasjes hopen), maar we hebben ook een paar keer serieus onder ons voeten gekregen.

 

De week begon in Zandvliet met een prachtig lentezonnetje. Echt ideaal weer om buiten te spelen. En ja, als ge buiten speelt, dan graaft ge putten. Dat is toch gewoon logisch? Dat dachten wij dus ook. Alleen waren er hier blijkbaar een paar die dat helemaal niet zo plezant vonden.

Zo kwaad worden voor zo’n klein putteke! We konden er ons nog niet eens volledig in verstoppen… en dat was nu juist het plan. Pfff. Als er ooit oorlog uitbreekt, zullen ze nog blij zijn dat wij hier al geoefend hebben met loopgraven maken.

 

Dat lentezonnetje had trouwens niet alleen effect op ons. Moeke was zoals altijd druk bezig: ofwel met stof in het atelier, ofwel met garen in de zetel achter het grote raam met zicht op den hof. Ge weet wel… die hof waar wij dus geen putten in mogen graven.

 

Maar als de zon op dat glas staat, wordt het daar lekker warm in de zetel. En ja hoor… dan durft moeke wel eens in slaap te vallen.

Wij, bezorgd en behulpzaam als we zijn, dachten: laat ons ondertussen haar haakwerk wat verder afmaken.

En eigenlijk wilden we ook eens onderzoeken wat er nu feitelijk zo plezant is aan een bolleke garen.

 

Awel, ik zal het u zeggen: dat is gewoon keiplezant. Vooral met twee.

Eerst rolt ge dat bolleke helemaal af (er zit echt véél draad op). Daarna kunt ge er eens goed aan trekken, ieder aan een kant. En als finale hebt ge nog dat kartonnen rolletje dat ge in duizend stukjes kunt scheuren.

Plezier verzekerd… zolang moeke slaapt.

Daarna was het… iets minder plezant.

 

Slisse heeft het trouwens daarna ook nog eens uitgetest met een klosje naaigaren uit de atelier… ook tof zei hij… ik heb mij er wijselijk niet mee bemoeid…

 

Die Slisse is toch echt niet te doen… altijd zo enthousiast.

Op een keer was hij weer zo fel en enthousiast dat hij, in plaats van in het snoepje, in de vinger van nonkeltje beet… en nogal hard ook. Met bloed en al.

 

Ik weet eigenlijk nog altijd niet wie het hardst geschrokken was: nonkeltje of Slisse zelf.

 

Maar goed, Slisse heeft wel meteen sorry gezegd met heel veel kusjes, de kleine slijmbal

 

Het resultaat is nu wel dat we altijd eerst moeten gaan zitten en rustig moeten zijn voor we een snoepje mogen aanpakken.

Allez ja… dat is toch de bedoeling... laat ze maar wat dromen …

 

Deze week zijn we ook voor het eerst samen gaan wandelen. De baasjes waren blijkbaar fier op ons, want wij deden dat goed.

Alleen… Slisse. Mannekes, die heeft energie. Dat wilt ge niet weten.

 

Hier zijn de wandelingen blijkbaar ingedeeld in twee categorieën: de puppytoer (kort) en de Bandiet-toer (de gewone, langere).

De eerste dag deden we samen de puppytoer. Helemaal mijn ding. Tenminste… als ik daarna minstens twee uur mag bekomen op moeke haar schoot of in de zetel.

 

Slisse was echter noch niet eens opgewarmd en had aan dat bekomen dan ook totaal geen  behoefte. Terwijl ik lag te slapen, sprong hij volgens de geruchten nog altijd als een kangoeroe door het huis.

 

Dus mocht hij de dag erna mee op de Bandiet-toer.

Resultaat: Bandiet volledig uitgeput in de zetel… en Slisse nog altijd een kangoeroe.

 

Nu zijn ze dus plannen aan het maken voor een Slisse-toer. Blijkbaar willen ze met hem naar het bos.

Goe voor hem, maar ik wil ook wel eens naar dat bos. Naar ’t schijnt liggen daar overal dennenappels en ruikt het daar naar konijntjes.

 

Ik heb de baasjes ondertussen horen praten over een draagzak voor mij, voor als ik moe word. Eigenlijk hebben die mensen soms echt wel goeie ideeën.

Tenslotte heb ik ook een beetje keizerlijke allures… net zoals Julleke vroeger. Die wilde ook altijd gedragen worden.

 

Enfin, vokke heb ik al goed getraind. Als ik “taxi!” roep, pakt hij mij op en draagt hij mij rustig door het huis. Ondertussen doet hij zelfs gewoon de afwas terwijl ik op zijn arm lig.

 

Zeg nu nog eens dat mannen niet kunnen multitasken.

 

Het absolute hoogtepunt van de week was zoals altijd het weekend met de kleinste tweevoeter.

Haar favoriete uitstap is blijkbaar naar Intratuin. Serieus… daar kan volgens haar geen enkel pretpark tegenop.

 

Deze keer moesten wij mee. Zij keek daar al naar uit sinds onze eerste ontmoeting.

 

Maar mannekes… wat een verhuis.

Snoepjes in een bakje, water in een fleske, doekjes tegen het smossen en een grote zwarte zak. Waar die zak voor diende, wist ik toen nog niet.

 

En dan… de auto.

 

Verschrikkelijk vind ik dat. Echt waar.

Ik heb alle aria’s gezongen die ik ken. Alle toonhoogtes en geluidsniveaus getest. Maar niks hielp. Ze bleven gewoon doorrijden.

 

Dus ben ik maar op de kleinste tweevoeter haar schoot gekropen. Ja, gewoon in haar autostoel.

En zo lief dat ze is… ze begon zachtjes voor mij te zingen. Dat stelde mij toch een beetje gerust.

 

En Slisse? Die vond het allemaal prima.

Wat een uitslover is dat toch.

 

Toen we eindelijk aankwamen, moesten we van de auto verhuizen naar een ijzeren kar. Eerst een beetje wennen, maar daarna nam mijn diva-gevoel het over en vond ik rondgereden worden eigenlijk wel een redelijk goed alternatief voor gedragen worden.

 

Al moet ik toegeven… tegen een warme mensenarm kan toch niks op.

 

Maar dan kwam het ergste: de zwarte zak.

 

Terwijl de mensen rustig een hapje gingen eten, moesten wij… in die zak.

Stel u voor: een diva in een zak. En dan nog samen met de vagebond.

 

Het ergste was dat die zak eigenlijk gewoon te klein was voor ons twee. Blijkbaar hadden ze niet door dat wij ondertussen al gegroeid zijn.

 

Maar soit… eigenlijk vond ik het stiekem wel fijn dat ik zo dicht bij Slisse kon zitten. Dat gaf mij toch wat vertrouwen. Want die kleine uitslover vond het natuurlijk weer allemaal normaal. Niks eng. Niks om bang van te zijn.

 

Pfff.

 

Voilà, dat was onze week.

 

Volgende week is het blijkbaar weer de beurt aan de uitslover om verslag te doen. Ik ben eens benieuwd wat hij er allemaal van gaat maken. ๐Ÿพ

Haken? Keiplezant!

Sorry nonkeltje! 

Samen op pad

Multitasken

Intratuin: spannend, maar we doen alsof we dapper zijn

Samen slapen, samen snurken, samen schattig zijn.

Ik ben klaar om te bestellen. Iets met kip graag.

Het weekverslag van Slisse: speelgevechten, een rood lawaaimonster en een onzichtbare draad

 

Deze week is het aan mij, Slisse, om jullie te vertellen hoe het eraan toegaat bij onze mensen in Zandvliet. Ga maar even zitten. Of liggen. Dat is hier meestal de standaardpositie.

 

Zoals altijd hebben we veel gespeeld en geravot. Sommigen noemen dat vechten, maar dat klopt dus niet hè. Wij spelen dat we vechten. Dat is een groot verschil.

Oké… soms wordt het een beetje hevig. En soms ook een beetje luid. Maar dan roepen de mensen: “STOP!”

Echt roepen hé! Alsof dat dan géén 'lawaai' is... pff

Maar wij stoppen dan wel meteen.

Efkes toch...

Daarna spelen we verder, maar dan zonder geluid, alsof we professionele mime-spelers zijn. Heel indrukwekkend. Dat doen we ook… efkes.

 

 

 

 

 

 

Na al dat spelen rusten we uit. Samen.

Dicht tegen elkaar, naast elkaar, op elkaar, soms zelfs een beetje onder elkaar. Alsof we met een onzichtbare draad verbonden zijn. Trek aan één hond en de rest volgt automatisch.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met Bandiet heb ik trouwens ook een speciale band. De mensen snappen dat niet goed. Ik ben namelijk de wildste van het stel en Bandiet houdt net van rust. Maar toch klikken wij. Misschien omdat we een beetje op elkaar lijken. Of misschien omdat ik hem een beetje gered heb van Cesaar.

Voor ik hier kwam wonen, hing Cesaar namelijk regelmatig aan Bandiets oren of staart. Maar nu ben ik er. En nu put ik Cesaar  zo uit (eerlijk: hij is wel héél rap moe hoor), dat Bandiet plagen hem gewoon niet meer lukt. Zo kan die ook eindelijk eens rustig zijn middagdutje doen.

Graag gedaan, Bandiet.

 

 

 

 

 

 

Er gebeurde deze week ook iets raars.

Vokke kwam ineens naar beneden met een groot rood instrument in zijn handen. Ik vond het eerst maar een raar ding. Het ademt, het piept en het maakt lawaai... volgens de mensen heet dat dus muziek...

Cesaar wist er natuurlijk al alles van, want die mag elke dag mee naar de mancave en daar woont dat rode ding blijkbaar.

Wij moesten allemaal in de zetel gaan zitten. Serieus. Gewoon… zitten, stil zijn en luisteren (niet echt mijn sterkste talent...)

Blijkbaar was het iets van oefenen voor een leerlingenconcert of zo. Maar ik heb keihard mijn best gedaan en het is me toch min of meer gelukt want nadien zei vokke  'u was een fijn publiek vanavond, bedankt!' (precies echt hé)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En dan… vrijdag.

 

Zoals Cesaar vorige week al vertelde, is dat onze absolute topdag, want dan komt de kleinste tweevoeter van de roedel.

We hebben de taken ondertussen goed verdeeld.

Cesaar is verantwoordelijk voor de knuffels.

Mijn wilde gebaren kan ze voorlopig nog niet helemaal aan.

Ik ben dan weer verantwoordelijke voor het spelen.

Vooral tikkertje. Daar ben ik bijzonder goed in.

En zo helpen we allemaal een beetje mee.

Teamwerk, noemen de mensen dat.

 

 

 

 

 

 

Tot binnen 2 weken want volgende week mag Cesaar weer verslag uitbrengen.

 

๐Ÿพ

Slisse

Hoofd Ravotten & Tikkertje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Speelvechten... een nieuwe Olympische discipline

Verbonden door een onzichtbare draad

Da's mijne maat se!

Hij speelt. Ik ben de jury;

Ik regel het speelgedeelte.

Cesaar doet de knuffeldienst!

Labbekak en de Vagebond... alleen de spaghetti ontbreekt nog

Over hondenyoga, speelgoedmanden en gevechtsport

Deze keer is het mijn beurt, Cesaar, om verslag uit te brengen van alles wat mij en Slisse, mijn persoonlijke Jackโ€‘Russellโ€‘wervelwind, deze week overkomen is.  Verwacht geen avontuur met tromgeroffel, gewoon een verslag van onze streken en onnozelheden.

Terwijl ik als waardige teckel kies voor elegante houdingen en strategische dutjes, specialiseert Slisse zich in… tja… alles wat daar ver vandaan ligt. Zijn poten liggen nooit waar je ze verwacht, soms hangt hij half van de zetel, soms vormt hij een soort levende brug tussen de zetel en de poef — een techniek die hij duidelijk heeft afgekeken van Bandiet, onze beagleโ€‘mentor in acrobatische nonsens. En dan heeft hij ook nog zo’n speciale pose, een soort zelfbedachte yogaโ€‘houding waarvan ik zeker weet dat geen enkele hondencoach ze ooit zal goedkeuren. Hij ploft op zijn poep, laat zijn rug achterover tegen een kussen vallen en blijft daar zitten alsof hij een oude nonkel is die al drie uur naar de koers kijkt. Ondertussen probeert hij mij dan ook nog aan te vallen — blijkbaar is dat een essentieel onderdeel van de oefening. Volgens mij is het een bijzonder onmogelijke houding, maar Slisse vindt dat allemaal de normaalste zaak van de wereld.

Deze week mocht hij mee naar de atelier van de moeke, terwijl ik een welverdiend dutje deed in de mancave van de vokke. Slisse vond het fantastisch: stukjes stof uitrekken tot ze bijna in een andere provincie liggen. Hij noemt dat “helpen”. Moeke noemt dat “amai jong”. Ik noem dat “spijtig dat ik er niet bij was”.

Verder hebben we natuurlijk weer veel samen gespeeld. Ravotten, crossen, tikkertje, worstelen — dat is onze absolute favoriet — en elkaars poten en oren gebruiken als speelgoed. Als je ons bezig ziet, denk je waarschijnlijk dat we elkaar professioneel aan het slopen zijn, maar niets is minder waar. In die korte tijd zijn we al de dikste vrienden geworden. We ‘spelen’ alsof ons leven ervan afhangt, en daarna slapen we lepeltje-lepeltje alsof we in een romantische film zitten. Het is een evenwicht dat werkt.

Vrijdag blijft onze topdag, want dan komt de kleine tweevoeter slapen. Als zij binnenkomt, veranderen wij spontaan in twee circusartiesten die salto’s doen van pure vreugde. De eerste vijf minuten rennen we rondjes achter elkaar én achter Lena aan. Zij vindt dat geweldig. De mensen iets minder, maar dat is een detail.

Oh ja, dan was er nog het grote speelgoedmandโ€‘experiment. De mensen hadden een idee: een mand om ons speelgoed in op te ruimen. Ze noemden het “orde”. Wij noemden het “uitdaging”. Want eerlijk: als je álles netjes op één plek legt, dan is dat toch gewoon een schatkist? Dus doken we erin. Met volle overgave. Na vijf minuten was de mand leeg, de vloer voller dan ooit, en de mensen lichtjes in paniek. Wij waren tevreden. Experiment geslaagd.

Tot slot houden we de vokke altijd goed in het oog wanneer hij ons eten maakt. We zetten geen druk hoor — we staren gewoon intens tot hij begrijpt dat we honger hebben en dat hij best een beetje voortmaakt. En als tegenprestatie helpen we hem daarna heel graag met het inladen van het afwasmachine. Alles wat eetbaar kan zijn, controleren wij eerst. Je weet maar nooit.

 

Voila, dit was mijn verslag. Volgende week is Slisse er met een nieuw weekverslag, waarschijnlijk dan wel met een lichte overdrijving…

Slisse, gekke houdingen? das mor een gedacht

Korte samenvatting van de week

Zonder woorden...

de schatkist

eindelijk rust...

Hoi, Ik ben Slisse - kikker, kangoeroe of toch een hond?

 

Hallo, ik ben Slisse.

 

Ik woon hier nog maar drie dagen, maar eerlijk? Het voelt alsof ik hier al altijd rondhuppel. Klein van stuk, groot van energie — en sinds mijn aankomst is het huis plots nog een stuk levendiger geworden (en 't was er al de moeite...)

 

Ik loop, ik ren, ik spring… en soms vlieg ik gewoon. De baasjes kijken me dan aan met zo’n blik van: “Hebben wij nu een hond in huis gehaald of iets tussen een kikker en een kangoeroe?” Moeilijk te zeggen, want voor ik het zelf goed en wel doorheb, lig ik al bovenop — of los over — Cesaar.

We spelen hier veel, heel veel. En heftig, heel heftig. Springen, bijten, aan oren hangen, stoer doen. 

Cesaar weert zich goed hoor, dat moet ik hem nageven. Hij is mini-maar-megadapper en teckelstoer, maar eerlijk is eerlijk: hij moet toch dikwijls het onderspit delven. Grote mond of niet, ik heb altijd het laatste blafje.

 

Maar wij doen wel alles in de juiste volgorde.

Eerst spelen, ravotten en kibbelen

Maar daarna… doen we eerst samen een babbeltje, daarna samen een dutje, delen we  één schoot (ja, dat kan best hoor, als de baasjes een beetje willen meewerken toch). Zelfs onze middag-snack eten we braaf samen uit hetzelfde potje.

Ruw vanbuiten, zacht vanbinnen.

Dat zijn wij dus. 

 

Ondertussen heb ik de tweevoeters hier al flink rond mijn pootje gedraaid. Dat heb ik geleerd van Cesaar. Die kent alle kneepjes van het vak: hoe ge moet kijken, wanneer ge de puppy-oogjes moet inzetten, op welk moment ge op de schoot moet kruipen (dat werkt altijd!), en hoe ge op de juiste manier vraagt (of eigenlijk 'eist') om opgepakt te worden . Ja hij is een echte leermeester in verleiden.

 

Mijn bench is  mijn persoonlijke koninklijke suite. Ik slaap daar heerlijk in. De hele nacht door, zonder één enkel wakker-word-momentje. Ook overdag, na een heftige speelsessie, ga ik daar graag een uurtje bekomen. Dan mag Cesaar  zo vaak op bezoek komen als hij wil, mijn deur staat bijna altijd voor hem open. Maar als ik wil rusten en het deurtje is dicht? Dan  vervalt zijn bezoekrecht hoor, een koning moet nu eenmaal zijn schoonheidsslaapje beschermen. 

Hij zegt nu trouwens dat het ook 'zijn' bench is, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Hij heeft zijn kans gehad om de bench gezellig in te richten. En naar ’t schijnt huilde hij toen als een baby. Dus ja… pech.

 

Gisteren was er ook familiefeest bij ons thuis. Toen heeft Lena  ons, de puppy's (zoals ze ons altijd met dat lief twinkeltje in haar ogen, noemt) officieel welkom geheten. Met een speech en al. Ik was zó fier dat mijn borst bijna groter was dan ikzelf en Cesaar zijn neus begon spontaan  te krullen. En een lang teckelsnuitje dat oprolt als een partyfluitje — geloof me, dat is een zot zicht.

Het plezantste moment? Toen Lena popcorn liet vallen. Ze dachten dat alles opgekuist was. Maar ikke niet hoor. Ik heb nog een hele voorraad gevonden onder de zetel. Heel stillekes van gesmuld. Niemand iets gemerkt. Denk ik.

Het was wel druk, maar nu heb ik ineens iedereen leren kennen. En we hebben het allebei heel goed gedaan. De baasjes waren super content en trots. Als we moe waren, zochten we elk onze lievelingsschoot op: Cesaar bij nonkel Seppe, en ik bij moeke.

Vokke zijn schoot is ook goed hoor, maar die mens kan zo slecht  stilzitten. Altijd is die bezig: opruimen, met de schotelvod in de weer, stofzuigen... Een echt duracelkonijn. Waarschijnlijk heb ik dat springen daar dus van.

 

Van Lena zijn we ook allebei super zot. Haar enthousiasme, hoe ze met ons speelt, hoe ze ons troost als we schrik hebben. Zoals Cesaar onlangs in de auto. Ikke niet hoor. Ik heb van niks schrik. Uiteraard.

Cesaar zegt dat zij de gouden sleutel is tot ons geluk. Zolang wij hààr gelukkig maken, krijgen we alles gedaan van de baasjes. En anders… dan zal zij er wel voor zorgen dat ze plooien.

 

Bandiet is nu ook terug gelukkig. Hij mag de bezorgde nonkel spelen, kijkt graag naar ons, geeft ons goeie raad, is blij dat hij niet meer alleen is, maar vooral dat wij elkaar hebben. Wij laten hem gerust en hij bekijkt het allemaal met die typische blik van:

“Mannekes, mannekes… dat jong geweld. Waar is den tijd…”

 

We hebben hier ondertussen ook onze lievelingsmensen gekozen. Dat gaat vanzelf, daar moet ge niet over nadenken. Ik heb zonder twijfel de moeke uitgekozen. Dat voelde juist vanaf de eerste knuffel. Haar schoot is mijn veilige haven, haar armen zijn gemaakt om in te slapen, en bij haar kan ik écht helemaal verdwijnen.

Cesaar daarentegen heeft duidelijk voor de vokke gekozen. Twee handen op één buik. Zelfde energie, zelfde tempo, gedeelde liefde voor muziek. Ik snap dat wel. Dat klikt gewoon.

 

Maar er is één iemand…

Nonkel Seppe.

Daar zijn we allebei stapelzot van. Echt waar. Maakt niet uit wie van ons eerst bij hem geraakt: we smelten tegelijk. Zijn schoot is altijd warm, hij blijft zitten (belangrijk detail), en hij lacht met alles wat wij uitsteken en vooral, hij doet iets minder flauw als we in zijn handen bijten. Dat alles maakt hem officieel gedeeld bezit.

 

Sommige mensen kiest ge apart.

Maar nonkel Seppe?

Die hebben we samen uitgekozen. ๐Ÿ’›

 

 

Tot de volgende sprong ๐Ÿพ

Slisse

 

Springkonijn of hond?

Eerst spelen en kibbelen...

daarna beste maten

rust zoeken bij de bezorgde nonkel

Kennis maken met bomma en bompa — strategisch belangrijk, want zij zorgen altijd voor een extra snoepje

aWe zijn compleet nu

 

De dag begon vandaag normaal. Ik was bezig met zeer serieuze hondendingen (lees: liggen, opstaan, weer liggen), vokke en moeke moesten ‘efkes weg’ en kwamen terug…met Slisse.!  Klein. Snor. Poten veel te hoog voor dat lijfje, ik kan er gewoon onderdoor lopen zonder dat ik me moet bukken! En hij rook… anders. Naar pup. Naar avontuur. Naar mogelijk chaos.

 

Mijn staart ging automatisch in standje helikopter. EIN-DE-LIJK. Een speelkameraadje! Ik deed mijn beste “kijk hoe leuk ik ben”-sprong, inclusief halve salto en licht gegil van enthousiasme. Slisse keek mij aan alsof hij dacht:

“Amai, daar scheelt iets aan”. 

Maar dat was slechts stilte voor de storm, na 10 seconden ging zijn staartje even hard heen en weer als de mijne.

 

En weet je wat ook straf is: Bandiet, die van mij eerst een beetje bang  was en nu van Slisse helemaal niet.

Waarschijnlijk dacht hij: “Ach. Die kan ik aan.”

Hij liep zelfs heel de tijd samen met dat klein grut.

Kwispelend. Rustig. Als een nonkel die ineens beseft dat hij dat familiefeest toch leuk vindt. 

 

Slisse en ik hebben uiteindelijk zó hard gespeeld dat zelfs onze speeltjes moe waren. We vlogen, rolden, sprongen en deden alsof we auditie deden voor een stuntteam. Maar op een bepaald moment was het duidelijk: iedereen had rust nodig.
Tenminste… in theorie.

In de praktijk bleek rusten een kunstvorm. Moeke probeerde het voorbeeld te geven, maar wij had andere plannen. Wij vonden dat “rust” vooral betekende: nog één keer trekken aan een speeltje, nog één sprongetje, nog één rondje door de living.

Dus ja… uiteindelijk belandde Slisse in de bench. Niet als straf, maar omdat hij dat ding nu al ziet als zijn privéโ€‘suite. Hij vindt dat dus écht niet erg.
Ik snap dat niet. Ik vind een bench verschrikkelijk. Maar Slisse? Die kruipt erin alsof hij een VIPโ€‘pas heeft voor een exclusieve hondenlounge.

En zo kregen we eindelijk rust.
Of toch… een soort van.

 

Conclusie:

Bandiet is gegroeid.

Slisse is brutaal.

En ik… Ik ben nog altijd dolenthousiast. ๐Ÿพ๐Ÿ˜Œ

 

Want sommige vriendschappen beginnen niet rustig.

Die beginnen met kwispels, chaos

en een pup met een snor. ๐Ÿพ๐Ÿ’›

 

Synchroon spelen, omdat chaos ook choreografie kan zijn

serieus? gij vindt da plezant ofwa?