Groot nieuws
Hier gaat het dus gebeuren, hier kan je de avonturen, de fratsen en waarschijnlijk af en toe de verdrietjes van onze superhelden volgen.
Hou je klaar voor Slisse en Cesaar 2.0
Wil je geen enkel avontuur van Slisse & Cesaar missen?
Laat dan even van je horen via het contactformulier.
Zodra er een nieuwe blogpost online staat, sturen onze twee rakkers je een vrolijk seintje.
Zo blijf je altijd mee met hun streken, knuffels en kattenkwaad.
Woef,
Ik heb de opdracht gekregen om deze week te beginnen met twee officiële rechtzettingen.
De eerste gaat over Cesaar en zijn zogenaamde doodsangsten in het zwembad. Awwel, ge gaat het niet geloven, maar diezelfde Cesaar heeft deze week een uur lang vrijwillig in het zwembad rondgedobberd!
Het zat zo: de kleinste tweevoeter was op bezoek. En die kleine meid is compleet zot van water. Urenlang speelt ze in het zwembad ‘restaurantje’. Nu moet ge weten dat Cesaar stapelverliefd is op haar. Als zij er is, plakt hij aan haar vast alsof hij met secondelijm vastgekleefd zit.
Dus toen zij het zwembad in ging, zette meneer plots al zijn watervrees aan de kant. Hij heeft zo lang gezaagd en gezeurd tot hij ook mee het water in mocht. Weliswaar met de hulp van de grote vrouwelijke tweevoeter, maar toch… een uur lang heeft hij rondgedreven als eregast van het waterrestaurant.
Ik geef toe dat ik het hem niet na doe hoor. Ge krijgt mij nog steeds met geen stokken vrijwillig in een zwembad.
De tweede rechtzetting komt rechtstreeks van tweevoeter Moeke. Blijkbaar vond zij dat Cesaar vorige week iets te hard van stapel gelopen was over mijn slaappatroon.
Volgens haar is slapen tot zes uur nog altijd véél te vroeg om trots op te zijn.
Pfff…
Ik kan er toch ook niks aan doen dat mijn batterij sneller opgeladen is dan die van haar?
Tot zover de rechtzettingen, over naar deze week.
Bandiet en Cesaar hebben een nieuw avondritueel uitgevonden. Elke avond verzamelen we rond het kampvuur. (Zij noemen dat blijkbaar “televisie” geloof ik) en daar spelen die twee dan “sandwich”.
Cesaar maakt zich dan zo smal en lang mogelijk. En geloof mij: dat is ondertussen écht indrukwekkend teckel-lang. Vervolgens gooit Bandiet zijn volledige gewicht in de strijd en duwt hij Cesaar helemaal plat tegen de zetel.
Blijkbaar deed Bandiet dat vroeger ook altijd met Julleke.
En omdat die oude rakker de laatste tijd al genoeg verdriet heeft gehad, is iedereen blij dat hij opnieuw een geschikte hotdog gevonden heeft om tussen zijn sandwich te steken.
En dan is er nog onze favoriete gezamenlijke hobby: schattenjacht
Jullie weten ondertussen al dat Cesaar en ik graag dingen “lenen”. Dingen die technisch gezien van de tweevoeters zijn, maar wij zien dat anders.
Het leukste deel van dat spel is voor mij, eigenlijk niet eens de jacht zelf.
Nee, het leukste is Cesaar ermee ambeteren.
Want zodra we een nieuwe schat gevonden hebben, wil die kleine flauwerik die altijd voor zichzelf houden. Maar ik ben sneller. Véél sneller. En mijn draaicirkel is ook net iets scherper afgesteld.
Gevolg?
Cesaar gefrustreerd en ik altijd de grote winnaar.
Hoewel, eigenlijk duurt dat meestal maar efkes want ik vind het spel veel plezanter dan de overwinning. Want dan geef ik de schat terug aan hem en begint de achtervolging gewoon opnieuw.
Maar deze week heb ik ontdekt hoe ik het spel nóg beter kan maken.
Na een tijdje hebben de tweevoeters meestal door dat wij een nieuwe schat veroverd hebben. Dan komen ze af met hun streng gezicht en zeggen ze dat ik het moet teruggeven.
En dan komt mijn meesterzet. Eerst doe ik alsof ik twijfel. Een beetje spanning opbouwen, ge kent dat.
Dan stap ik heel trots naar hen toe en leg ik onze zorgvuldig gevonden schat zélf in hun handen.
Man man man…
Ge moet die tweevoeters dan eens zien glunderen. Ze kijken alsof ik de slimste hond van heel Vlaanderen ben en zojuist persoonlijk de wereldvrede heb geregeld. En wie ben ik om hen tegen te spreken?
En zo sla ik dus drie vliegen in één klap:
- Cesaar en ik hebben heerlijk gespeeld.
- Ik ben de onbetwiste winnaar van de schattenjacht.
- In plaats van op mijn kop te krijgen, krijg ik meestal nog een beloning én de heldenstatus ook.
Soms vraag ik mij af wie hier nu eigenlijk wie opvoedt…
Pootje,
Slisse
Schrik? Ikke? bijlange niet, voor jou ga ik door een vuur én zelfs door water
Een babbeltje? Altijd. Maar dat water… da’s mij veel te nat
Alles doen we samen! Ook TV kijken
Sandwich Cesaar (en dit is nog de vrije adem versie, het kan nog strakker...
Gezelligheid troef daar in die verstopmand
Amai mensen, wat een weertje hé… pfff… ik heb hier de voorbije dagen meer liggen puffen dan wandelen zenne. Zo’n lange zwarte frak lijkt in de winter misschien chic, maar met 30 graden voelt ge u precies nen oververhitte frigo op pootjes. Ik heb mij deze week dus slim georganiseerd: alle belangrijke activiteiten vóór 10u of na 19u. Daartussen speelde ik vooral “toerist in eigen tuin”: wat liggen verhuizen van schaduwplek naar schaduwplek, af en toe dramatisch zuchten en vooral proberen uit de buurt te blijven van ons wit Raketje. Want zelfs met zijn batterij op 50% krijgt ge die kleine nog altijd niet stilgelegd.
Nu… hij was dus wel iets rustiger dan anders. Iets. Maar dat heeft hem toch niet tegengehouden om weer een paar fratsen uit te halen natuurlijk.
Eerst het belangrijkste nieuws van de week: het lijkt erop dat onze baby — Slisse dus — eindelijk een hele nacht doorslaapt! Of ja… “hele nacht”… tot ongeveer 6 uur. Dan houdt hij het niet meer en vindt hij dat het tijd is om de vrouwelijke tweevoeter en Bandiet wakker te maken. Eerst wordt er dan wat gegromd en gebromd vanuit het grote mand-mens-bed, maar dat lost hij professioneel op met een klein likje op de neus. (Ik persoonlijk zou dat efficiënter aanpakken met mijn grote zeemlap van een tong, maar soit.)
Eens iedereen wakker is, begint mijnheer aan zijn dagelijkse inspectieronde in de tuin. Maar een paar dagen geleden had de vrouwelijke tweevoeter écht geen zin om al op te staan. Ze vroeg dus vriendelijk of hij zich misschien “in stilte kon bezighouden”.
Wel.
Dat kon hij dus blijkbaar.
Toen ze een half uur later terug wakker werd, hoorde ze alleen een zacht maar zeer vastberaden knaaggeluidje. Bleek dat onze kleine aannemer de laminaatvloer aan het verbouwen was. Er zat ergens, toevallig vlak naast zijn mand, een knoest in het hout… en die heeft hij er dus eigenhandig uit gehaald. Zeer proper werk trouwens. Echt vakmanschap. Alleen jammer dat het niet echt de bedoeling was.
Maar ja… dan kijkt hij met dat “oepsie-was-dat-niet-de-bedoeling?”-koppeke en plots kan niemand nog boos blijven. Hoe doet hij dat toch?!
En alsof dat nog niet genoeg was, heeft hij diezelfde dag ook ineens het weitje vanachter “opgeruimd”. Heel vroeger stonden hier blijkbaar serres in de tuin en die zijn destijds op de goeie oude manier afgebroken: gewoon een beetje trekken, wat vloeken en de rest onder de grond steken precies. Dus af en toe vinden wij daar nog verrassingen terug. Wij vinden dat super interessant. De tweevoeters iets minder.
Want ge kunt u voorstellen dat die niet direct stonden te applaudisseren toen Slisse trots kwam aangehuppeld met een gigantische vlijmscherpe glasscherf in zijn bek…
Over die tweevoeters gesproken trouwens… die dachten deze week het warm — of eerder koud — water uitgevonden te hebben.
Ze hadden namelijk een speelfontein voor ons gekocht.
Amai.
Die stonden daar enthousiast rond dat ding te springen gelijk twee overenthousiaste pubers op een camping, in de hoop dat wij daarin zouden vliegen voor “afkoeling”. Misschien moet iemand hen eens uitleggen dat rondhuppelen in 30 graden net het tegenovergestelde van afkoelen is.
Soit… als drinkbak werkt dat ding eigenlijk best goed. Maar voor de rest? Weinig succes.
Maar opgeven? Ho maar.
Dan kwamen de grote middelen boven: een zwembad.
Euhm… hallo? Wij zijn honden hé. Geen eenden. En al zeker geen vissen.
“Maar hey, Julleke zwom zo graag!” riepen ze dan. Ja amai… en sommige mensen lopen marathons voor hun plezier. Daarom moet ge mij dat toch niet laten doen?
“En jullie spelen toch graag met de tuinslang!”
Ja, met een flauw waterstraaltje dat toevallig eens passeert terwijl de bloemen water krijgen. Dat is toch iets héél anders dan een zwembad van ongeveer drie kilometer diep. (Ongeveer.)
Dus wat hebben de tweevoeters deze week geleerd?
Ten eerste: niet alle teckels zijn hetzelfde.
Ten tweede: een tuinslang is géén zwembad.
En ten derde: ons klein wit Raketje is misschien een ietsiepietsie dapperder dan ik… maar zelfs zijn stoerheid heeft grenzen zenne. Want van zodra zijn pootjes de bodem niet meer voelden, keek hij precies alsof hij onmiddellijk zijn testament wilde laten opmaken.
Pootje,
Cesaar - teckel die niet van zwemmen houdt
Té warm vandaag... zelfs voor Raketje
Professionele vliegenvanger
Cesaar en Bandiet... dichtbijeen is warm
Slisse vond de knoest verdacht. Probleem opgelost
efkes goed en goed voor efkes
als drinkbak nog wel ok
waterpret... of toch niet
Nu hebben Cesaar en ik toch iets meegemaakt se… Wij zijn deze week valselijk beschuldigd van… moord. Jaja, MOORD. Ge leest het goed. Precies alsof wij hier een aflevering van' Flikken Zandvliet' aan het opnemen zijn. Maar ik zal bij ’t begin beginnen.
In onze tuin hangen dus een paar nestkastjes voor de vogeltjes uit de buurt. Een soort sociale woonwijk voor gevleugelde mini’s. Alleen… de immo draait hier precies niet zo goed. Veel bezichtigingen, veel gepiep aan de voordeur, maar weinig effectieve huurders. De tweevoeters begonnen al bijna promoties te overwegen. “Eerste maand gratis wormen” en zo.
Maar enkele weken geleden: groot nieuws! Eén nestkastje bleek eindelijk bewoond. De tweevoeters content jong. Hele speeches gekregen over “de natuur” en “hoe mooi dit toch is”. En begin deze week bleek er zelfs gezinsuitbreiding te zijn. Feest compleet. Die drie liepen hier rond alsof ze zelf eieren hadden gelegd.
Maar dan… drama.
Cesaar en ik waren rustig aan ’t ravotten in ’t weitje vanachter toen we ineens gepiep hoorden. Daar lagen dus twee piepkleine vogeltjes in ’t gras. Zo van die kale mini-kipkes met oogjes toe. Wij dachten eerst: amai, nieuwe speelkameraadjes! Maar er zat precies niet veel beweging meer in.
En toen kwam mijn heldhaftige kant naar boven. Ja ja, lach maar. (En ge moet trouwens niks geloven van de zever die Cesaar vorige week over mij verteld heeft.) Ik dacht direct: “Slisse jongen, snel handelen! Naar de tweevoeters ermee! Als iemand die kleintjes kan redden, zijn zij het!”
Dus ik pak voorzichtig eentje vast en breng dat binnen. Wat doen die tweevoeters? Ze pakken dat direct af. Ik dacht nog: zie ze bezig, reanimatie, spoeddienst, intensieve zorgen…
Dus wij terug naar buiten voor nummer twee. Teamwork. Heldenwerk.
Maar weet ge wat we kregen toen we terug binnen kwamen?
“WAT HEBBEN JULLIE GEDAAN, MOORDENAARS?!”
Pardon?!
Die twee vogeltjes waren morsdood en ineens waren wij hier de hoofdverdachten in een moordonderzoek. Nu moet ge toch eens logisch nadenken hé. Ik ben wel klein, maar ik kan hoog springen. Héél hoog zelfs. En ik ben lenig. Heel lenig. En Cesaar… allez jong. Die geraakt nog niet fatsoenlijk op de zetel zonder een strategisch plan en een trappeke. Korte pootjes, weinig aerodynamica en nog minder verstand.
Dus wilt gij mij eens uitleggen hoe WIJ twee kuikentjes uit een nestkast op 1 meter 80 hoog zouden gehaald hebben?
Inderdaad. NIET DUS.
Maar die flikken van den Aldi bleven maar doordrammen. Tot plots… na het uitrazen… het verstand precies terug een beetje begon te werken. Ineens viel daar ene zijne euro.
“Zeg… hebben wij daarstraks geen krijsende eksters gehoord?”
Awel JA. En iedereen weet toch dat eksters echte gangsters met pluimen zijn. Rovende bandieten. Vogelmaffia.
Waarschijnlijk hebben die eksters de kuikentjes laten vallen. Typisch hé. Eerst stelen, dan panikeren en onderweg uw buit verliezen. Vogelcriminelen van ’t laagste niveau.”
Dus ja… 1 + 1 is 2 hé.
Wij wachten nu eigenlijk nog altijd op officiële excuses. Liefst met koekskes erbij.
Groetjes,
Slisse
(onterecht beschuldigd, maar nog altijd bereid om levens te redden)
Knusser dan dit wordt het niet...
Nonkeltje gaat op reis en ik wil mee! Zo kan hij mij niet 'per ongeluk' vergeten
Slisse, portier op post!
Terwijl Slisse de deur bewaakt, doet Cesaar de emotionele ondersteuning. Minstens even belangrijk!
Bandiet vindt mij geweldig... maar alleen als ik slaap...
Cesaar's appartement, 3 hoog met uitzicht
Het is hier de laatste tijd een beetje stiller geweest rond onze blog. Niet omdat wij plots brave, rustige hondjes geworden zijn — stel u voor — maar omdat er verdriet in huis was, te veel verdriet voor grappen en grollen... We hebben afscheid moeten nemen van Yeppy, een goeie vriend van Bandiet en de tweevoeters. Slisse en ik kenden hem zelf nog niet superlang, maar hij was hier al wel eens op bezoek geweest en onlangs was hij zelfs nog een heel dagje komen spelen. Het plan was dat hij binnenkort vijf dagen zou komen logeren en daar keken wij erg naar uit… Maar spijtig genoeg beslist het leven soms anders…
Gelukkig zijn wij er om voor de nodige afleiding te zorgen, en geloof me, dat kunnen we!
Ons hele huis ligt hier ondertussen bezaaid met manden, kussens, nestjes, dekentjes en speelgoed. En met “speelgoed” bedoel ik ook dingen die daar volgens de tweevoeters eigenlijk niét voor bedoeld zijn. Ze beweren altijd dat wij verwend zijn, maar ik bekijk dat toch anders. Als wij hier verantwoordelijk zijn voor het entertainment van het personeel, dan hebben wij degelijk materiaal nodig hé. Een artiest treedt ook niet op zonder attributen.
Momenteel zijn wij helemaal zot van onze speciale verstopmand. Dat ding heeft alles: het is een slaapplaats, worstelarena, racewagen én sporttoestel in één. Slisse en ik sleuren daar elk aan een kant mee, van de ene kant van de living naar de andere. Soms met zoveel enthousiasme dat de meubels spontaan plaats maken.
Ikzelf heb mij trouwens gespecialiseerd in de “mandflip”. Dat is een zeer geavanceerde techniek waarbij ik de mand met een elegante zwier door de lucht katapulteer. Ik heb ooit op tv iets gelijkaardigs gezien met flesjes, maar eerlijk… dat was lang niet zo spectaculair als met een mand.
En als wij moe zijn van al dat harde werk, kruipen we erin om uit te rusten. Alleen… of gezellig lepeltjesgewijs tegen elkaar geplakt. Maar het toppunt van succes is blijkbaar wanneer we ons helemaal verstoppen, met alleen onze poep nog zichtbaar. Dan zijn de tweevoeters compleet verloren. Dan hoor je alleen nog “oooooh”, “aaaah”, “kijk nu toch!” terwijl die camera weer overuren draait.
Ik ben er trouwens vrij zeker van dat er ondertussen geen enkele millimeter van ons lijf meer bestaat die nog niét gefotografeerd is. Elke houding, elke geeuw, elke scheve blik, elke halve slaapkop… alles staat ergens op beeld opgeslagen. Mocht er ooit een documentaire komen over ons leven, dan hebben ze nu al genoeg materiaal voor minstens zeven seizoenen.
Slisse werkt hard aan zijn circuscarrière. Alsof het niet genoeg is dat hij fulltime clown is, heeft hij nu ook een complete acrobatenact ontwikkeld. Meneer balanceert op de rugleuning van de zetel alsof hij een elegante huiskat is. Alleen… met iets minder elegantie en iets meer paniek bij de tweevoeters.
Daarnaast doet hij salto’s uit de zetel, flikflaks tussen de zetels en overlaatst stond hij zelfs klaar om vanuit de zetel rechtstreeks op de strijkplank te springen. Alsof dat de finale van een olympische discipline was. Gelukkig kon dat op het allerlaatste moment nog verhinderd worden, want ik denk dat de tweevoeters mentaal nog niet klaar waren voor “strijkplankspringen met jack russels”.
We hebben deze week ook weer geholpen in de tuin. Meer bepaald met het snoeien van de rozenstruik. Nu ja… “geholpen”. Volgens ons was dat teamwork van hoog niveau. Volgens de tweevoeters blijkbaar puur vandalisme. Deze keer geen “ooooohs” en “aaaaahs”, maar woorden die ik hier niet letterlijk mag herhalen. Laat ons zeggen dat onze artistieke snoeistijl niet door iedereen geapprecieerd werd.
Ondertussen gebeurt er van alles in onze kleine lijfjes. Ik mag blijkbaar “niet te veel in detail treden”, maar laat ons zeggen dat hormonen en puberteit hier stevig hun intrede gedaan hebben. Slisse en ik zijn momenteel allerlei dingen aan het ontdekken en uit te testen waarvan de tweevoeters vinden dat ze absoluut niet geschikt zijn voor publicatie.
In het begin riepen ze nog vriendelijk: “Stop daarmee!” Maar tegenwoordig klinkt het eerder als: “Allez jongens, serieus?!” en zelfs woorden zoals “vetzakken” vliegen hier regelmatig door de living. En dat van mensen die altijd zeggen dat wij mooi moeten luisteren en beleefd moeten blijven. Heel verwarrend allemaal.
Over Slisse gesproken… onze zogenaamde held begint stilaan serieus door de mand te vallen. Zoals ik trouwens al lang voorspeld had.
Mijnheer is namelijk bang in het donker.
Overdag loopt hij hier rond alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de veiligheid van heel de straat. Maar ’s nachts? Dan wacht hij tot iedereen slaapt, gluurt hij door het raam en denkt hij plots dat er buiten een gigantisch gevaarlijk monster staat. Vervolgens begint hij te blaffen alsof de oorlog begonnen is. En geloof mij: in een stil huis, midden in de nacht, zit iedereen direct rechtop in bed.
Maar het mooiste komt daarna. Want eens het tijd is om dat zogezegde monster effectief te gaan vangen… durft mijnheer plots zelf niet meer buiten. Dan moet ík mee. De zogezegde 'flauwerik' mag het oplossen terwijl 'de held' vanachter de deur ondersteuning staat te geven met wat wild geblaf.
Gisteren had hij trouwens zelfs prijs in de slaapkamer. Daar staat al járen een stenen beeldje van een madammeke met een waterkan. Echt het braafste beeld ooit. Dat kijkt zelfs een beetje schaapachtig. Maar ineens besloot onze held dat dit duidelijk een levensgevaarlijk wezen was. Mijnheer kreeg een hanenkam over heel zijn lijf, begon te grommen als een leeuw en keek alsof hij elk moment ten strijde ging trekken.
Naar een stenen madam… ik bedoel… een held? Eentje op sokken dan toch…
Maar ondanks al onze kuren, fratsen en occasionele tuinvernielingen blijven ze ons hier toch precies graag zien. Het is nog altijd “schatteke hier” en “oetsjiekoetsjie daar”. Soms vind ik wel dat ze een beetje overdrijven. Nu hebben ze namelijk zelfs een staatsportret van ons laten maken én aan de muur gehangen. Echt waar. Groot. In volle glorie.
En dan verschieten ze ervan dat wij capsones krijgen.
Oh! En ik heb gisteren trouwens nog een berichtje gekregen van mijn broertje, mét een foto erbij! Dat was wel plezant om te zien. Blijkbaar heeft hij het ook goed naar zijn zin in zijn nieuwe gezin én heeft hij daar zelf ook een maatje. Hij lijkt trouwens keihard op mij. Logisch ook natuurlijk, goeie genen enzo.
Misschien moet ik hem eens een foto van mijn staatsportret doorsturen.
Of is dat dan stoeffen?
Poot,
Cesaar
Onze verstopmand
Lepeltjesgewijs
Hond of kat... het is soms een dunne lijn...
de tuinmannen hebben de rozenstruik 'lichtjes' bijgewerkt
Altijd op de uitkijk...
Twee stijlen van uitrusten. Zelfde talent voor overgave
Koning Slisse de eerste
Zijne koninklijke hoogheid Cesaar
Waf, waf, Slisse hier – lichtjes heropgestart, maar met evenveel goesting als altijd. En amai… wat een week.
Op een rustige avond, juist toen het zetelritueel begon en het nieuws elk moment kon starten, besloot mijn lijf om volledig uit de bocht te gaan. Niet zo’n bescheiden bibberke, nee nee – ik ging meteen voor standje “100 per uur”. Voor ik het goed en wel besefte, haalde ik de tuin niet eens en werd de deurmat mijn… eh… tijdelijke lozingsplaats. Meerdere keren zelfs. Man, man, wat was dat…
Ik voelde mij echt belabberd, en mijn drie tweevoeters? Die stonden erbij met ogen zo groot als soepborden. Pure paniek. Nu, ze hebben al genoeg honden gezien om het verschil te kennen tussen “een beetje overhoop” en “dit is serieus”. Laat ons zeggen: ik kreeg zonder twijfel het tweede label opgeplakt. Zeker toen ik mij als een klein bolleke in de bosjes probeerde te verstoppen.
Dus hop, dierenarts gebeld. En daar zat ze: een hele lieve madam die mij meteen “cutie” noemde. Ik was eigenlijk nog volop aan het bibberen, maar ergens tussen twee trillingen door heb ik toch een klein kwispeltje laten vallen. Je weet maar nooit, hé.
Lang verhaal kort: een stevige spuit in mijn poep (onrespectvol, maar efficiënt) en een pilleke voor de dag erna. Volgens de madam zou ik twee dagen wat rustiger zijn.
Ja hoor. Dat dacht zij.
Die nacht heb ik effectief als een baksteen gelegen. Maar ’s morgens? Slisse 2.0 stond al klaar. Eerst voorzichtig één poot, dan de andere, een goeie stretch – je kent dat. Een ochtendknuffel met het vrouwke? Check. Bandiet goeiedag zeggen? Die was ook zichtbaar opgelucht dat ik terug onder de levenden was.
En dan kwam Cesaar uit zijn bed en toen begon ik pas echt aan mijn comebackshow.
Met een blik van “ik leef nog!” sprong ik er uitbundig bovenop voor ons eigen ochtendritueel. Geen rustig opstartje, geen “ik doe het vandaag wat kalmer aan”. Nee nee – meteen volle gas, alsof er niks gebeurd was. Die dierenarts had duidelijk nog niet met Slisse gerekend.
De tweevoeters en mijn maten? Die keken eerst even of ze het wel goed zagen, en daarna… pure opluchting. Ik denk dat ze mij stiekem toch gemist hadden.
En toen… kwam de grootste verrassing.
Tijdens het spelen voelde ik iets opborrelen. Ik zette aan voor mijn klassieke jodel – je weet wel, mijn signature move – maar wat er uitkwam? Geen jodel. Geen schattig gekrijs.
Een blaf!
Een echte, volwassen, ietwat hoge maar toch indrukwekkende blaf. Ik stond er zelf van te kijken. Geen kinderlijk gepiep meer, maar eerder een puber met een beginnende baard in de keel. Vooruitgang, mensen. Pure vooruitgang.
Alsof dat nog niet genoeg was, kregen we ook bezoek van Yeppe. Zijn tweevoeters waren een dagje weg, dus hij kwam een paar uurtjes bij ons spelen. Bandiet en Yeppe? Die vielen meteen terug in hun oude ritme. Ge zag het zo gebeuren: ineens weer jong, ineens weer die oude bende-energie. Er werd gerend, gesnuffeld en waarschijnlijk ook een beetje nostalgisch gedroomd van die grote wei van vroeger en de 4 musketiers waar ze toen bijhoorden. Voer voor de geschiedenisboeken.
Cesaar keek eerst de kat uit de boom – klassiek – maar voor we het wisten liep hij vrolijk mee met de twee anciens. En ik? Ik vond het in het begin ook geweldig… tot Yeppe besloot dat ik wel héél interessant was.
Laat ons zeggen: zijn enthousiasme was lichtjes… overdreven. En toen was de lol er voor mij toch een beetje af.
Maar bon, ik ben er weer. Bibbervrij, bijna jodelvrij en blijkbaar in volle evolutie naar een serieuze blaffer.
waf, dag en tot de volgende!
de tweevoeters waren vooral bezorgd, niet het moment voor foto's...
beetje uitzieken bij mijne maat...
als dat geen koninklijke pose is...
zonder woorden...
hoog bezoek, maar eerst kwaliteitscontrole
Waf waf,
Aan de begroeting alleen al hoort ge het: het is weer mijn beurt, Cesaar. Een deftige blaf in plaats van dat zotte gejodel.
Deze week werd onze tuin plots het toneel van een mysterie. Er verscheen een gigantisch, langwerpig kartonnen gevaarte waar je ook nog eens dwars doorheen kon kijken. Ik heb mij dus – geheel terecht – een bult geschrokken. Na een kort maar efficiënt overleg (ik sprak, de rest knikte) hebben we beslist om Slisse op verkenning te sturen. Bandiet is met pensioen en ik… wel, ik ben van strategisch belang. Een generaal stuur je niet zelf het veld in, daar heb je soldaten voor. En Slisse? Dat is dus een soldaat hé. Die ging recht op dat ding af. Die is echt van niks bang hé… maar ik twijfel toch: is het onwetenheid of heldhaftigheid ? Daarbij doet hij ook nog eens alles wat ge vraagt… gehoorzaam of gewoon een professionele slijmbal?
Alsof dat trouwens nog niet straf genoeg was, is hij daarna ook nog gaan fietsen met de tweevoeters. Fietsen! In een mandje! Op een stalen ros met twee wielen, midden op straat. Ik kreeg spontaan klamme pootjes van het idee alleen al. En dan komt hij terug, zo fier als ne gieter, vertellen dat het “keiplezant” was. Behalve op de kasseien, zegt hij, want daar worden blijkbaar al je organen door elkaar geschud. Tja, dat klinkt voor mij gewoon als een zeer overtuigend argument om het nooit te doen.
En weet je wat hij als beloning kreeg? Gaan wandelen in het bos. Aan de les. Ik herhaal: aan de les. Ligt het nu aan mij, of is dat gewoon van de ene marteling naar de andere? Volgens Slisse vindt elke “normale” hond dat geweldig. Wel, dan zal het wel aan mij liggen zeker. Ik kies ondertussen voor het betere leven: een zacht schootje, een kriebeltje achter mijn oor, het zonneke dat door het raam schijnt en – vooral – rust. Geen kangoeroe die aan mijn oor hangt of aan mijn staart trekt.
Ik heb trouwens een uitstekend alternatief ontdekt voor wanneer mijnheer weer eens op avontuur vertrekt: een knuffel met extreem lange armen. Altijd beschikbaar, altijd vriendelijk en vooral… die koeioneert mij niet.
En dan nog dit, voor de twijfelaars: deze week is het onomstotelijk bewezen dat wandelen levensgevaarlijk is. Bandiet heeft zijn poot omgeslagen op de borduur en zijn nagel uitgetrokken. Drama! Hij heeft het gelukkig overleefd, maar moest wel naar de dierenarts, kreeg spuiten (in zijn poep, jawel) en moet nu elke dag een pilleke slikken.
Bij deze dus voldoende bewijs geleverd dat ik dus, weeral, gewoon gelijk had. Wandelen? Nee dank u. Ik blijf hier wel liggen. In de zon. Met mijn knuffel. Zoals het een generaal betaamt.
Pootje,
Cesaar
Soldaat op verkenning... kust veilig... peleton volgt
met speciaal vervoer op avontuur
Soldaat op missie
en als Slisse op missie is...
Jodelahitie!
’t Is dus Slisse hier hé. Volgens Cesaar kan ik nog altijd niet blaffen, zoals jullie vorige week konden lezen. Maar eerlijk? Ik vind jodelen gewoon véél leuker. Blaffen kan elke hond… maar jodelen, dat is voor de speciallekes. En ja, ik behoor duidelijk tot die elite.
De kleinste tweevoeter wordt trouwens elke week groter. Letterlijk, maar vooral figuurlijk. Zo stond er hier in de tuin een groot houten speelding voor kleine tweevoeters. Blijkbaar heeft ze daar ooit veel plezier aan gehad, maar nu kijkt ze er niet meer naar om. Logisch ook… ze heeft het tegenwoordig veel te druk met ons entertainen. Prioriteiten… ik blijf het zeggen
Dus dat ding moest weg: graven, sleutelen, zagen, vloeken… en dan kwamen er ook nog twee vreemde tweevoeters dat hele gevaarte ophalen. Best spannend eigenlijk. Vooral voor Cesaar, want die was – hoe zal ik het zacht zeggen – opnieuw lichtjes in paniek. Tjonge jonge… in plaats van even kennis te maken en te testen of je die nieuwelingen ook zo zot krijgt zoals onze eigen tweevoeters, gaat hij daar een beetje staan blaffen. Ja, knap dat hij dat kan… maar een heldendaad? Mwa, eerder een auditie voor “beste achtergrondgeluid”.
In de plaats van dat speelding staat er nu een groot rond afdak in de tuin. Ze noemen het een trampoline of zoiets. Voor ons is dat gewoon een luxe schuilplek. We kunnen eronder door crossen, ons verstoppen en chillen in de schaduw. Alleen… mijn kangoeroesprongen? Die zijn dus lichtjes ingeperkt want daar is het ding net iets té laag voor. Amai, mijn koppeke heeft het al geweten.
De dag erna hebben de tweevoeters bloemekes geplant. Wij dachten eerst dat het een wedstrijd was: zij planten, wij uitgraven. Snelheid tegen sabotage. Maar aan hun reactie te zien was dat precies niet de bedoeling. We mochten wel met de lege pottekes spelen… ook plezant, én beter voor het hart én de stembanden van de tweevoeter. Win-win, als je ’t mij vraagt.
Zaterdagavond moesten de twee oudste tweevoeters ergens naartoe en nonkeltje moest werken. Bandiet ging eigenlijk babysitten op ons, maar die sukkelaar heeft een ontstoken pootje en voelde zich niet top. Bovendien waren ze er toch niet helemaal gerust in, want we waren nog nooit langer dan een uurtje alleen geweest.
Dus… kwam er een camera. Een spion in de living. Dan konden ze ons “gerust” in het oog houden. Alleen waren ze één klein detail vergeten: ons pelske lag niet in het zicht van die spion. En laat dat nu net de plek zijn waar wij besloten om een dutje te doen. Resultaat? Drie ongeruste tweevoeters op verplaatsing… en drie luid snurkende hondjes buiten beeld.
Maar, het moet gezegd, we hebben ons voorbeeldig gedragen. Wat eigenlijk een beetje jammer is, want anders had ik hier een sappig verhaal gehad in plaats van dit droge cameradrama.
Verder heb ik deze week intensief getraind voor de special forces. Camouflagetechnieken, stillekes sluipen, strategisch verdwijnen… ik ben er helemaal klaar voor om ons fort te verdedigen als het ooit nodig is. Misschien moet ik toch nog eens werk maken van dat blaffen… al blijf ik erbij: jodelen heeft meer klasse.
En dan het belangrijkste nieuws: Cesaar heeft zijn eerste tand verloren! Meneer is aan het wisselen en zou nu officieel een man moeten worden. Al vrees ik dat daar nog een klein trajectje voor nodig is.
Uiterlijk gaat het alleszins goed. Misschien zelfs té goed. Want in plaats van een “kleine dwerg” – zoals zijn kweker beweerde – groeit hij stilaan uit tot een mega-worst. Geen hotdog meer, nee… eerder een overgroeide Duitse braadworst die al lang niet meer tussen een broodje past. Hij groeit vooral in de lengte. In de breedte ook een beetje… maar omhoog? Dat blijft voorlopig een ambitie.
Al moet ik toegeven: bij tikkertje komt dat hem goed van pas. Hij maakt een schijnbeweging en loopt dan gewoon onder mij door. Ja ja… wie niet rap is, moet slim zijn hé.
Tot volgende week… dan is het aan Cesaar om het woord te nemen. Ik ben nu al benieuwd welke versie van de feiten hij weer gaat vertellen.
Jodelahitie! 🐾
luxe schuilplek voor zonnekloppers
Voor al uw zwerfvuil slechts één adres
wekelijkse 'lieve hoopjes foto"
camouflage-technieken bijschaven
heel stil sluipen en dan… attack! Vijand bij de lurven gevat
Oeps! Deze had ik niet zien aankomen
Groot nieuws, mensen. Zet u neer en luister aandachtig naar mij, Cesaar, want dit is van historisch belang: ik kan BLAFFEN. Maar dan ook écht blaffen, hè. Geen kinderachtig gepiep of wat amateuristisch gekef—neen, een diepe, indrukwekkende, “maak-de-buren-wakker”-blaf. Kortom: de stem van een heer.
Vanaf nu dus graag wat respect en mij aanspreken met mijnheer Cesaar. Behalve de kleine tweevoeter, die mag “de puppy'tjes” blijven zeggen. Ze zegt dat zo schattig, de liefde spat ervan af.
Het begon ergens begin deze week. Plots kwam er een vreemd, zwaar geluid uit mijn keel. Ik schrok er eerlijk gezegd zelf een beetje van—ik dacht eerst dat er een tractor vastzat in mijn lijf. Maar al snel had ik door: dit is talent. Pure klasse. Dus ben ik beginnen oefenen. En kijk, een paar dagen later: officieel de baard in de keel.
En dan heb je Slisse. Ach ja. Onze dappere held. Van niks bang, altijd paraat… maar blaffen? Ho maar. Niks van. Die heeft voorlopig alleen een baard onder zijn kin in plaats van in de keel.
MAAR (eerlijk is eerlijk), hij heeft wel… speciale talenten. Dingen waarvan ge denkt: dat kan toch niet. Die hond kan jodelen als een volleerde Oostenrijker. Geen mop. En alsof dat nog niet genoeg is, doet hij er soms een sirene bovenop. Echt waar, ge gelooft uw eigen oren niet. En dat is trouwens geen gezaag of geklaag, hè—dat is gewoon een spontane “kijk eens hoe geweldig ik ben”-act om alle aandacht naar zich toe te trekken. En dat lukt want de tweevoeters liggen dan dubbel van het lachen. Ach ja ik gun het hem wel dat kleine succes.
Al moet ik toegeven… soms misbruikt hij het wel en laat hij het klinken als echt gejank en dat werkt dan wel in zijn voordeel. Laatst, midden in de nacht, begon hij ineens een zielige opera—ik overdrijf niet—te zingen. Echt zo’n klaagzang dat ge denkt: oei, drama! Ik verwachtte dat hij buiten ging vliegen. Maar nee hoor. Meneer wordt getroost, opgepakt en mag gezellig verder slapen in de armen van ’t vrouwke op de zetel.
Pfff… wat een show voor waarschijnlijk gewoon een nachtmerrie.
Verder hebben wij deze week onze skills verfijnd in… de kunst van het afwassen. Ja ja. Wij helpen in het huishouden. Kijk maar naar de foto’s.
Maar daar wil ik toch even iets over kwijt: zolang er een gsm in de buurt is, mogen wij precies alles. Hoe zotter, hoe beter. “Ja ja, doe maar, kruip maar in de vaatwasser, fantastisch beeld!” Maar van zodra die foto’s getrokken zijn: BAM—regels.
“Allez Slisse, wat doet ge nu? Met uw poten op het afwasmachine? Dat mag niet hè!”
Ah nee? Maar eerst wel foto’s pakken en niks zeggen? Pfff… hypocrisie, noem ik dat.
Maar we hebben er achteraf wel goed mee gelachen. Ge moest eens zien hoe Slisse eruitzag—zijn snoet volledig onder de saus. Echt… een kunstwerk.
En nog groter nieuws: ik ben deze week niet alleen man geworden… maar ook vader. Rustig, rustig—geen paniek,'t is geen echte gezinsuitbreiding. Ik heb de panda van Slisse geadopteerd.
Die panda kwam ooit mee uit zijn nest, maar werd compleet genegeerd. Begrijpelijk natuurlijk—hij had mij. Kwestie van prioriteiten hé. Andere knuffels worden hier zonder pardon gesloopt, uit elkaar getrokken en ergens in de tuin achtergelaten. Maar de panda? Op de één of andere bizarre manier bleef die altijd buiten schot.
Tot nu, vanaf nu is hij officieel van mij. En het strafste: Slisse respecteert dat gewoon, van panda blijft hij af. Zie je wel wie hier de echte leider is.
Tot slot nog een gouden tip van mijnheer Cesaar zelf: wil je veel “ooohs” en “aaahs” scoren? Kruip samen met uw beste maat onder een dekentje, kom dan héél voorzichtig piepen… en zet uw aller-schattigste puppyoogjes op.
Resultaat: instant smeltende tweevoeters, die meteen naar hun…ja, hun GSM grijpen voor de zoveelste fotoreeks…
Volgende week is mijne maat terug aan de beurt, maar daarna zie ik jullie weer.
Tot dan,
Cesaar
Slisse heeft geen inspiratie... deze week is Cesaar de hoofdredacteur
Zelfs de stoerste held kruipt soms terug in moeke’s armen om zijn hart weer rustig te maken
Slisse doet de voorwas, Cesaar doet de kwaliteitscontrole
Slisse is nu officieel een keukenspons
Het moet niet altijd stoerdoenerij zijn. Soms heb je gewoon een zachte papa nodig… en dat is Cesaar
Duo pakketje gezelligheid
Knus? Ja. Onschuldig? Absoluut niet. Dit snoetje is alweer kattenkwaad aan 't bedenken
Waf, waf,
Na de verslagen van de voorbije weken zal je waarschijnlijk denken: “Cesaar, jij hebt vast weer heroïsche dingen meegemaakt deze week!” Euh… nee dus. Niet echt. Ik heb mij deze week redelijk voorbeeldig gedragen. (Ja, ja, ik hoor u al lachen.) Maar allé, iemand moet hier toch de volwassen hond zijn hé… en dat is duidelijk niét mijne maat Slisse.
Die heeft het weer klaargespeeld zenne. De tweevoeter was iets gaan halen uit de voorraadkast en meneer dacht: “Ideaal moment voor een verkenningsmissie.” Hup, de kast in. Probleem: de grote tweevoeter had dat dus niet gezien. Kast toe. Garagedeur toe. En daar zat hij dan… opgesloten. Alleen. In het donker.
Ik zeg u eerlijk: ik had daar vast en zeker liggen bibberen, brullen, jammeren, en mij emotioneel laten opvangen achteraf. Maar hij niet hoor, hij bleef geduldig wachten. Gelukkig moesten ze even later terug in de garage zijn en hoorden ze gekrab in de kast. Paniek! “was dat misschien een muis?!” Ze deden de deur open… maar er sprong geen muis uit, maar onze Slisse! Vrolijk als altijd, 'Verrassing!'
En twee minuten later? Meneer was alweer op avontuur. Geen trauma, geen drama. Ik verdenk hem ervan dat hij het expres doet, puur voor de spanning.
Maar goed, ik dacht: “Cesaar, tijd om zelf ook eens stoer te doen.” Dus ik had mij verstopt in de papiermand. Perfect gecamoufleerd, strategisch opgesteld… echt een meesterzet.
Resultaat? Gelach. Gewoon… gelach.
Excuseer? Ik doe hier aan hoogstaande camouflage-oefeningen en zij vinden dat “schattig”. Pfff.
Begin van de week was het schoon weer en de kleine tweevoeter was buiten aan het spelen. Met een pallet en een balleke slaan.
Nu ja… zij dacht dat. Wij dachten: “Joepie, ze heeft een bal voor ons!”
Dus ja, wij vol enthousiasme meedoen… blijkbaar was dat niet de bedoeling. Plan B dan maar: met pittenzakjes plankskes omver gooien.
Maar Slisse had direct door wat de bedoeling was: zakjes stelen. Spel kapot. Iedereen content… behalve de kleine tweevoeter.
Binnen werd het er ni rustiger op. Ze wou leren borduren. Met gekleurde bollekes wol.
Mannekes… ge weet toch… wol = spelen. Punt.
Dus ja, dat werd chaos. Tikkertje rond de tafel dan maar! Wij vonden dat fantastisch. De kleine tweevoeter ook.
De grote tweevoeters? “Te luid! Te snel! Te gevaarlijk!”
Overdrijven is ook een kunst hé.
Maar ze ziet ons nog altijd graag zenne. Dat heeft ze zelf gezegd. Minstens honderd keer. (Ik heb geteld. Ongeveer.)
We hebben trouwens al bijnamen van haar gekregen: Raketje en Likkertje.
Ik ga hier niet zeggen wie wie is… maar ge moogt één keer raden wie er altijd de natste kusjes uitdeelt.
We zijn ook nog met de auto weggeweest. En ik ga eerlijk zijn: ik vind het VERSCHRIKKELIJK en dat wordt alleen maar erger.
Ik heb daar moord en brand geschreeuwd. Non-stop. Met overtuiging. Met passie. In alle toonhoogten.
En wie zit daar naast mij alsof hij op vakantie is, alles rustig te bekijken ? Juist ja… Slisse. Cool doen. Alsof hij geboren is in een auto.
Macho gedoe zeg ik je.
En dan in de tuin… meneer sluipt achter de duiven. Echt, ge moet dat zien. Plat op de grond, millimeter per millimeter vooruit.
Ik denk altijd: “Jongen toch… ge kunt ni vliegen.”
Maar hij gelooft er echt in. Ooit, zegt hij, gaat hij ze pakken.
Ja… tja… dromen zijn belangrijk zeker?
Maar kijk, ieder zijn talenten hé.
Ik, bijvoorbeeld, ben duidelijk het muzikaal genie van het huishouden.
Zingen? Kan ik. (De tweevoeters moeten het gewoon nog leren appreciëren.)
Ritme? Check. Met mijn staart sla ik perfect de maat.
En als ik goed blijf opletten in de mancave, speel ik binnenkort accordeon én piano.
Ja ja, ge hoort het goed.
Wist ge trouwens dat ik de enige hond ben die daar binnen mag?
Niet zomaar hé… ik ben gepromoveerd tot manager van de grootste tweevoeter.
Groot verantwoordelijkheidsgevoel, belangrijke functie… echt iets voor mij.
Dus ge kunt u voorstellen hoe verontwaardigd ik was toen ik deze week eens een keer niet mee mocht naar boven.
“Vergeten”, zei hij.
Vergeten?!
Mij?!
Mannekes… dat is gelijk dat ge vergeet om te ademen. Dat kán gewoon ni.
lepeltje lepeltje, haasje over, ...
Operatie 'papiermand': camouflagetechnieken mislukt, maar schattigheid 10/10
Plan A: sportief spelleke voor de tweevoeters. Ons plan: zie de rode pijl
Plan B: pittenzakjes, daar is Slisse zot van
volle focus op de duif... dan dichterbij sluipen... en dan VLIEGEN!
Als ge nu denkt dat ge mij beneden kunt laten, dan ben je serieus fout zenne
Mannekes, mannekes… ga er maar eens goed voor zitten, want ik – Slisse, kampioen in alles wat een beetje deugnietachtig is – heb een week achter de rug waar ge ‘U’ tegen zegt.
Om te beginnen: de grote competitie tegen Cesaar: “om ter meeste sloeffen kapot bijten.” En ik kan je zeggen: ik sta lichtjes voor. Niet dat ik dat spel volledig snap, hé. Echt waar, die tweevoeters leggen hun allerleukste speelgoed gewoon op de grond… en dan, plots, pakken ze dat af en steken ze daar hun voeten in. Hun voeten hé. Ja hallo? Dan denkt een mens – euh, een hond – toch: “Ah, deel twee van het spel: terugpakken!” En ja, soms moet ge dan per ongeluk een teen meepakken. Ze vinden dat precies niet zo plezant… ja seg.
Onze tweede competitie gaat ook nog steeds door: putten graven. Team Slisse & Cesaar staat momenteel 5-4 voor op de mensen. We blijven ze altijd een stapje voor, letterlijk en figuurlijk. Wij graven, zij vullen…benieuwd wie het langste volhoudt … ik gok op ons
Dan was er ook nog verstoppertje spelen tussen de bosjes! Ook dat hebben ze dus écht proberen te verbieden.
Maar stel u eens voor: alles is rustig… niks aan de hand… en dan beginnen de bosjes ineens te bewegen. Eerst zacht, dan wat harder en dan plots… boem! Als twee duveltjes uit een doosje, springen wij eruit, rollebollend op, over en onder elkaar.. Ge moet die tweevoeters hun koppen dan eens zien, hilarisch! Dat is toch ook geen kattenkwaad meer, dat is puur entertainment van hoog niveau. Beter dan tv zeggen ze soms.
En wij maken het nog spannender ook, hé. Soms wachten we extra lang. Heel stil. Geen beweging. Ge ziet ze dan al twijfelen: “Zou het gedaan zijn?” … en dan: zwiep zwiep, bosjes gaan weer alle kanten op en hopla, daar zijn we weer! Ik zeg het je, als daar punten voor gegeven werden, wij stonden al lang op het podium.
Dus ja… verbieden mogen ze proberen. Maar zolang die bosjes bewegen, blijven wij spelen. 😏
Oh ja, ik ben ook aan ‘t tuinieren en heb daarvoor een bloempot gepikt. Kei plezant! Alleen… Cesaar wou weer niet meedoen. Meneer was moe. Moe! Pffff… soms vraag ik mij af of hij wel begrijpt hoe serieus ik mijn carrière neem.
Maar allé, ik ben niet alleen maar een deugniet, hé. Ik heb deze week ook keihard geoefend op mijn high five. Met mijn pootje, jawel. Ik wil dat perfect kunnen, want ik heb iets ontdekt: ge kunt eender wat uitsteken – sloeffen, putten, bloempotten – maar als ge daarna een perfecte high five geeft… dan smelten die tweevoeters onmiddellijk . “Ooooh, kijk hoe schattig, precies Skippy!” zeggen ze dan. En als ik daar dan nog mijn schattige puppyoogjes-blik bovenop doe… tja, succes gegarandeerd, hé.
Verder heb ik samen met Cesaar de wacht gehouden aan het raam van het atelier. Bodyguard-gewijs. Niemand komt daar voorbij zonder dat wij het gezien hebben.
Ik heb ook weer geposeerd voor de wekelijkse “Slisse-doet-rare-dingen”-foto, en – mijn persoonlijke favoriet – onder ’t vrouwke haar trui gekropen om te slapen. Ja seg, al dat licht… een hond moet zich toch ergens terugtrekken.
Maar het allerbeste van de hele week? Het bos! Mannekes… in plaats van dat korte leibandje – waar ge nog geen deftige sprong of salto mee kunt doen – kreeg ik een lange koord. Een lange! Ik zeg u: vrijheid! Ik heb gelopen, gesprongen, capriolen gedaan, grote beesten gezien (ze noemen die blijkbaar paarden… serieus, wie heeft dat formaat goedgekeurd?) en… dennenappels. Overal dennenappels. Het is daar gewoon een buffet.
En nu komt het schoonste: Cesaar wou dus weer niet mee. Ja, ge leest dat goed. Die hoort nog maar het woord “wandelen” en foetsie, meneer is verdwenen. Hij is sneller weg dan zijn eigen schaduw. Ge roept “wan—” en ge ziet nog net een staart de hoek om verdwijnen. Onbegrijpelijk! Wie loopt er nu weg van zoveel avontuur? Van dennenappels? Van de kans om salto’s te doen aan een lange koord? Echt waar, ik zie hem graag hé, maar soms snap ik er echt niks van…
Trouwens het strafste van al is, echt moe wordt ge daar nie van zenne, want halverwege kreeg ik dus een een lift hé. Jawel. In een spiksplinternieuwe zak, op de borst van vokke, helemaal relaxed en wat een uitzicht! Ik hing daar gelijk een koning. Serieus , bijna even plezant als zelf rondcrossen. Maar psst… dat ga ik dus niet tegen Cesaar zeggen, hé. Want die superdeluxe taxi… die deel ik niet. Daar is hij te klein voor.
De zak bedoel ik hé… de teckel is ondertussen meer dan lang genoeg
1...2..3.. bedot!
tuinieren zonder plan, maar met volle goesting
Subiet position switch hé Slisse
de wekelijkse Slisse-doet-rare-dingen foto
De luxe taxi
Eindelijk rust als Slisse op wandel is
Mannekes, mannekes, wat een week was me dat. Er is hier veel gelachen, veel geleerd (althans… dat is wat de baasjes hopen), maar we hebben ook een paar keer serieus onder ons voeten gekregen.
De week begon in Zandvliet met een prachtig lentezonnetje. Echt ideaal weer om buiten te spelen. En ja, als ge buiten speelt, dan graaft ge putten. Dat is toch gewoon logisch? Dat dachten wij dus ook. Alleen waren er hier blijkbaar een paar die dat helemaal niet zo plezant vonden.
Zo kwaad worden voor zo’n klein putteke! We konden er ons nog niet eens volledig in verstoppen… en dat was nu juist het plan. Pfff. Als er ooit oorlog uitbreekt, zullen ze nog blij zijn dat wij hier al geoefend hebben met loopgraven maken.
Dat lentezonnetje had trouwens niet alleen effect op ons. Moeke was zoals altijd druk bezig: ofwel met stof in het atelier, ofwel met garen in de zetel achter het grote raam met zicht op den hof. Ge weet wel… die hof waar wij dus geen putten in mogen graven.
Maar als de zon op dat glas staat, wordt het daar lekker warm in de zetel. En ja hoor… dan durft moeke wel eens in slaap te vallen.
Wij, bezorgd en behulpzaam als we zijn, dachten: laat ons ondertussen haar haakwerk wat verder afmaken.
En eigenlijk wilden we ook eens onderzoeken wat er nu feitelijk zo plezant is aan een bolleke garen.
Awel, ik zal het u zeggen: dat is gewoon keiplezant. Vooral met twee.
Eerst rolt ge dat bolleke helemaal af (er zit echt véél draad op). Daarna kunt ge er eens goed aan trekken, ieder aan een kant. En als finale hebt ge nog dat kartonnen rolletje dat ge in duizend stukjes kunt scheuren.
Plezier verzekerd… zolang moeke slaapt.
Daarna was het… iets minder plezant.
Slisse heeft het trouwens daarna ook nog eens uitgetest met een klosje naaigaren uit de atelier… ook tof zei hij… ik heb mij er wijselijk niet mee bemoeid…
Die Slisse is toch echt niet te doen… altijd zo enthousiast.
Op een keer was hij weer zo fel en enthousiast dat hij, in plaats van in het snoepje, in de vinger van nonkeltje beet… en nogal hard ook. Met bloed en al.
Ik weet eigenlijk nog altijd niet wie het hardst geschrokken was: nonkeltje of Slisse zelf.
Maar goed, Slisse heeft wel meteen sorry gezegd met heel veel kusjes, de kleine slijmbal
Het resultaat is nu wel dat we altijd eerst moeten gaan zitten en rustig moeten zijn voor we een snoepje mogen aanpakken.
Allez ja… dat is toch de bedoeling... laat ze maar wat dromen …
Deze week zijn we ook voor het eerst samen gaan wandelen. De baasjes waren blijkbaar fier op ons, want wij deden dat goed.
Alleen… Slisse. Mannekes, die heeft energie. Dat wilt ge niet weten.
Hier zijn de wandelingen blijkbaar ingedeeld in twee categorieën: de puppytoer (kort) en de Bandiet-toer (de gewone, langere).
De eerste dag deden we samen de puppytoer. Helemaal mijn ding. Tenminste… als ik daarna minstens twee uur mag bekomen op moeke haar schoot of in de zetel.
Slisse was echter noch niet eens opgewarmd en had aan dat bekomen dan ook totaal geen behoefte. Terwijl ik lag te slapen, sprong hij volgens de geruchten nog altijd als een kangoeroe door het huis.
Dus mocht hij de dag erna mee op de Bandiet-toer.
Resultaat: Bandiet volledig uitgeput in de zetel… en Slisse nog altijd een kangoeroe.
Nu zijn ze dus plannen aan het maken voor een Slisse-toer. Blijkbaar willen ze met hem naar het bos.
Goe voor hem, maar ik wil ook wel eens naar dat bos. Naar ’t schijnt liggen daar overal dennenappels en ruikt het daar naar konijntjes.
Ik heb de baasjes ondertussen horen praten over een draagzak voor mij, voor als ik moe word. Eigenlijk hebben die mensen soms echt wel goeie ideeën.
Tenslotte heb ik ook een beetje keizerlijke allures… net zoals Julleke vroeger. Die wilde ook altijd gedragen worden.
Enfin, vokke heb ik al goed getraind. Als ik “taxi!” roep, pakt hij mij op en draagt hij mij rustig door het huis. Ondertussen doet hij zelfs gewoon de afwas terwijl ik op zijn arm lig.
Zeg nu nog eens dat mannen niet kunnen multitasken.
Het absolute hoogtepunt van de week was zoals altijd het weekend met de kleinste tweevoeter.
Haar favoriete uitstap is blijkbaar naar Intratuin. Serieus… daar kan volgens haar geen enkel pretpark tegenop.
Deze keer moesten wij mee. Zij keek daar al naar uit sinds onze eerste ontmoeting.
Maar mannekes… wat een verhuis.
Snoepjes in een bakje, water in een fleske, doekjes tegen het smossen en een grote zwarte zak. Waar die zak voor diende, wist ik toen nog niet.
En dan… de auto.
Verschrikkelijk vind ik dat. Echt waar.
Ik heb alle aria’s gezongen die ik ken. Alle toonhoogtes en geluidsniveaus getest. Maar niks hielp. Ze bleven gewoon doorrijden.
Dus ben ik maar op de kleinste tweevoeter haar schoot gekropen. Ja, gewoon in haar autostoel.
En zo lief dat ze is… ze begon zachtjes voor mij te zingen. Dat stelde mij toch een beetje gerust.
En Slisse? Die vond het allemaal prima.
Wat een uitslover is dat toch.
Toen we eindelijk aankwamen, moesten we van de auto verhuizen naar een ijzeren kar. Eerst een beetje wennen, maar daarna nam mijn diva-gevoel het over en vond ik rondgereden worden eigenlijk wel een redelijk goed alternatief voor gedragen worden.
Al moet ik toegeven… tegen een warme mensenarm kan toch niks op.
Maar dan kwam het ergste: de zwarte zak.
Terwijl de mensen rustig een hapje gingen eten, moesten wij… in die zak.
Stel u voor: een diva in een zak. En dan nog samen met de vagebond.
Het ergste was dat die zak eigenlijk gewoon te klein was voor ons twee. Blijkbaar hadden ze niet door dat wij ondertussen al gegroeid zijn.
Maar soit… eigenlijk vond ik het stiekem wel fijn dat ik zo dicht bij Slisse kon zitten. Dat gaf mij toch wat vertrouwen. Want die kleine uitslover vond het natuurlijk weer allemaal normaal. Niks eng. Niks om bang van te zijn.
Pfff.
Voilà, dat was onze week.
Volgende week is het blijkbaar weer de beurt aan de uitslover om verslag te doen. Ik ben eens benieuwd wat hij er allemaal van gaat maken. 🐾
Haken? Keiplezant!
Sorry nonkeltje!
Samen op pad
Multitasken
Intratuin: spannend, maar we doen alsof we dapper zijn
Samen slapen, samen snurken, samen schattig zijn.
Ik ben klaar om te bestellen. Iets met kip graag.
Deze week is het aan mij, Slisse, om jullie te vertellen hoe het eraan toegaat bij onze mensen in Zandvliet. Ga maar even zitten. Of liggen. Dat is hier meestal de standaardpositie.
Zoals altijd hebben we veel gespeeld en geravot. Sommigen noemen dat vechten, maar dat klopt dus niet hè. Wij spelen dat we vechten. Dat is een groot verschil.
Oké… soms wordt het een beetje hevig. En soms ook een beetje luid. Maar dan roepen de mensen: “STOP!”
Echt roepen hé! Alsof dat dan géén 'lawaai' is... pff
Maar wij stoppen dan wel meteen.
Efkes toch...
Daarna spelen we verder, maar dan zonder geluid, alsof we professionele mime-spelers zijn. Heel indrukwekkend. Dat doen we ook… efkes.
Na al dat spelen rusten we uit. Samen.
Dicht tegen elkaar, naast elkaar, op elkaar, soms zelfs een beetje onder elkaar. Alsof we met een onzichtbare draad verbonden zijn. Trek aan één hond en de rest volgt automatisch.
Met Bandiet heb ik trouwens ook een speciale band. De mensen snappen dat niet goed. Ik ben namelijk de wildste van het stel en Bandiet houdt net van rust. Maar toch klikken wij. Misschien omdat we een beetje op elkaar lijken. Of misschien omdat ik hem een beetje gered heb van Cesaar.
Voor ik hier kwam wonen, hing Cesaar namelijk regelmatig aan Bandiets oren of staart. Maar nu ben ik er. En nu put ik Cesaar zo uit (eerlijk: hij is wel héél rap moe hoor), dat Bandiet plagen hem gewoon niet meer lukt. Zo kan die ook eindelijk eens rustig zijn middagdutje doen.
Graag gedaan, Bandiet.
Er gebeurde deze week ook iets raars.
Vokke kwam ineens naar beneden met een groot rood instrument in zijn handen. Ik vond het eerst maar een raar ding. Het ademt, het piept en het maakt lawaai... volgens de mensen heet dat dus muziek...
Cesaar wist er natuurlijk al alles van, want die mag elke dag mee naar de mancave en daar woont dat rode ding blijkbaar.
Wij moesten allemaal in de zetel gaan zitten. Serieus. Gewoon… zitten, stil zijn en luisteren (niet echt mijn sterkste talent...)
Blijkbaar was het iets van oefenen voor een leerlingenconcert of zo. Maar ik heb keihard mijn best gedaan en het is me toch min of meer gelukt want nadien zei vokke 'u was een fijn publiek vanavond, bedankt!' (precies echt hé)
En dan… vrijdag.
Zoals Cesaar vorige week al vertelde, is dat onze absolute topdag, want dan komt de kleinste tweevoeter van de roedel.
We hebben de taken ondertussen goed verdeeld.
Cesaar is verantwoordelijk voor de knuffels.
Mijn wilde gebaren kan ze voorlopig nog niet helemaal aan.
Ik ben dan weer verantwoordelijke voor het spelen.
Vooral tikkertje. Daar ben ik bijzonder goed in.
En zo helpen we allemaal een beetje mee.
Teamwerk, noemen de mensen dat.
Tot binnen 2 weken want volgende week mag Cesaar weer verslag uitbrengen.
🐾
Slisse
Hoofd Ravotten & Tikkertje
Speelvechten... een nieuwe Olympische discipline
Verbonden door een onzichtbare draad
Da's mijne maat se!
Hij speelt. Ik ben de jury;
Ik regel het speelgedeelte.
Cesaar doet de knuffeldienst!
Labbekak en de Vagebond... alleen de spaghetti ontbreekt nog
Deze keer is het mijn beurt, Cesaar, om verslag uit te brengen van alles wat mij en Slisse, mijn persoonlijke Jack‑Russell‑wervelwind, deze week overkomen is. Verwacht geen avontuur met tromgeroffel, gewoon een verslag van onze streken en onnozelheden.
Terwijl ik als waardige teckel kies voor elegante houdingen en strategische dutjes, specialiseert Slisse zich in… tja… alles wat daar ver vandaan ligt. Zijn poten liggen nooit waar je ze verwacht, soms hangt hij half van de zetel, soms vormt hij een soort levende brug tussen de zetel en de poef — een techniek die hij duidelijk heeft afgekeken van Bandiet, onze beagle‑mentor in acrobatische nonsens. En dan heeft hij ook nog zo’n speciale pose, een soort zelfbedachte yoga‑houding waarvan ik zeker weet dat geen enkele hondencoach ze ooit zal goedkeuren. Hij ploft op zijn poep, laat zijn rug achterover tegen een kussen vallen en blijft daar zitten alsof hij een oude nonkel is die al drie uur naar de koers kijkt. Ondertussen probeert hij mij dan ook nog aan te vallen — blijkbaar is dat een essentieel onderdeel van de oefening. Volgens mij is het een bijzonder onmogelijke houding, maar Slisse vindt dat allemaal de normaalste zaak van de wereld.
Deze week mocht hij mee naar de atelier van de moeke, terwijl ik een welverdiend dutje deed in de mancave van de vokke. Slisse vond het fantastisch: stukjes stof uitrekken tot ze bijna in een andere provincie liggen. Hij noemt dat “helpen”. Moeke noemt dat “amai jong”. Ik noem dat “spijtig dat ik er niet bij was”.
Verder hebben we natuurlijk weer veel samen gespeeld. Ravotten, crossen, tikkertje, worstelen — dat is onze absolute favoriet — en elkaars poten en oren gebruiken als speelgoed. Als je ons bezig ziet, denk je waarschijnlijk dat we elkaar professioneel aan het slopen zijn, maar niets is minder waar. In die korte tijd zijn we al de dikste vrienden geworden. We ‘spelen’ alsof ons leven ervan afhangt, en daarna slapen we lepeltje-lepeltje alsof we in een romantische film zitten. Het is een evenwicht dat werkt.
Vrijdag blijft onze topdag, want dan komt de kleine tweevoeter slapen. Als zij binnenkomt, veranderen wij spontaan in twee circusartiesten die salto’s doen van pure vreugde. De eerste vijf minuten rennen we rondjes achter elkaar én achter Lena aan. Zij vindt dat geweldig. De mensen iets minder, maar dat is een detail.
Oh ja, dan was er nog het grote speelgoedmand‑experiment. De mensen hadden een idee: een mand om ons speelgoed in op te ruimen. Ze noemden het “orde”. Wij noemden het “uitdaging”. Want eerlijk: als je álles netjes op één plek legt, dan is dat toch gewoon een schatkist? Dus doken we erin. Met volle overgave. Na vijf minuten was de mand leeg, de vloer voller dan ooit, en de mensen lichtjes in paniek. Wij waren tevreden. Experiment geslaagd.
Tot slot houden we de vokke altijd goed in het oog wanneer hij ons eten maakt. We zetten geen druk hoor — we staren gewoon intens tot hij begrijpt dat we honger hebben en dat hij best een beetje voortmaakt. En als tegenprestatie helpen we hem daarna heel graag met het inladen van het afwasmachine. Alles wat eetbaar kan zijn, controleren wij eerst. Je weet maar nooit.
Voila, dit was mijn verslag. Volgende week is Slisse er met een nieuw weekverslag, waarschijnlijk dan wel met een lichte overdrijving…
Slisse, gekke houdingen? das mor een gedacht
Korte samenvatting van de week
Zonder woorden...
de schatkist
eindelijk rust...
Hallo, ik ben Slisse.
Ik woon hier nog maar drie dagen, maar eerlijk? Het voelt alsof ik hier al altijd rondhuppel. Klein van stuk, groot van energie — en sinds mijn aankomst is het huis plots nog een stuk levendiger geworden (en 't was er al de moeite...)
Ik loop, ik ren, ik spring… en soms vlieg ik gewoon. De baasjes kijken me dan aan met zo’n blik van: “Hebben wij nu een hond in huis gehaald of iets tussen een kikker en een kangoeroe?” Moeilijk te zeggen, want voor ik het zelf goed en wel doorheb, lig ik al bovenop — of los over — Cesaar.
We spelen hier veel, heel veel. En heftig, heel heftig. Springen, bijten, aan oren hangen, stoer doen.
Cesaar weert zich goed hoor, dat moet ik hem nageven. Hij is mini-maar-megadapper en teckelstoer, maar eerlijk is eerlijk: hij moet toch dikwijls het onderspit delven. Grote mond of niet, ik heb altijd het laatste blafje.
Maar wij doen wel alles in de juiste volgorde.
Eerst spelen, ravotten en kibbelen
Maar daarna… doen we eerst samen een babbeltje, daarna samen een dutje, delen we één schoot (ja, dat kan best hoor, als de baasjes een beetje willen meewerken toch). Zelfs onze middag-snack eten we braaf samen uit hetzelfde potje.
Ruw vanbuiten, zacht vanbinnen.
Dat zijn wij dus.
Ondertussen heb ik de tweevoeters hier al flink rond mijn pootje gedraaid. Dat heb ik geleerd van Cesaar. Die kent alle kneepjes van het vak: hoe ge moet kijken, wanneer ge de puppy-oogjes moet inzetten, op welk moment ge op de schoot moet kruipen (dat werkt altijd!), en hoe ge op de juiste manier vraagt (of eigenlijk 'eist') om opgepakt te worden . Ja hij is een echte leermeester in verleiden.
Mijn bench is mijn persoonlijke koninklijke suite. Ik slaap daar heerlijk in. De hele nacht door, zonder één enkel wakker-word-momentje. Ook overdag, na een heftige speelsessie, ga ik daar graag een uurtje bekomen. Dan mag Cesaar zo vaak op bezoek komen als hij wil, mijn deur staat bijna altijd voor hem open. Maar als ik wil rusten en het deurtje is dicht? Dan vervalt zijn bezoekrecht hoor, een koning moet nu eenmaal zijn schoonheidsslaapje beschermen.
Hij zegt nu trouwens dat het ook 'zijn' bench is, maar daar ben ik het dus niet mee eens. Hij heeft zijn kans gehad om de bench gezellig in te richten. En naar ’t schijnt huilde hij toen als een baby. Dus ja… pech.
Gisteren was er ook familiefeest bij ons thuis. Toen heeft Lena ons, de puppy's (zoals ze ons altijd met dat lief twinkeltje in haar ogen, noemt) officieel welkom geheten. Met een speech en al. Ik was zó fier dat mijn borst bijna groter was dan ikzelf en Cesaar zijn neus begon spontaan te krullen. En een lang teckelsnuitje dat oprolt als een partyfluitje — geloof me, dat is een zot zicht.
Het plezantste moment? Toen Lena popcorn liet vallen. Ze dachten dat alles opgekuist was. Maar ikke niet hoor. Ik heb nog een hele voorraad gevonden onder de zetel. Heel stillekes van gesmuld. Niemand iets gemerkt. Denk ik.
Het was wel druk, maar nu heb ik ineens iedereen leren kennen. En we hebben het allebei heel goed gedaan. De baasjes waren super content en trots. Als we moe waren, zochten we elk onze lievelingsschoot op: Cesaar bij nonkel Seppe, en ik bij moeke.
Vokke zijn schoot is ook goed hoor, maar die mens kan zo slecht stilzitten. Altijd is die bezig: opruimen, met de schotelvod in de weer, stofzuigen... Een echt duracelkonijn. Waarschijnlijk heb ik dat springen daar dus van.
Van Lena zijn we ook allebei super zot. Haar enthousiasme, hoe ze met ons speelt, hoe ze ons troost als we schrik hebben. Zoals Cesaar onlangs in de auto. Ikke niet hoor. Ik heb van niks schrik. Uiteraard.
Cesaar zegt dat zij de gouden sleutel is tot ons geluk. Zolang wij hààr gelukkig maken, krijgen we alles gedaan van de baasjes. En anders… dan zal zij er wel voor zorgen dat ze plooien.
Bandiet is nu ook terug gelukkig. Hij mag de bezorgde nonkel spelen, kijkt graag naar ons, geeft ons goeie raad, is blij dat hij niet meer alleen is, maar vooral dat wij elkaar hebben. Wij laten hem gerust en hij bekijkt het allemaal met die typische blik van:
“Mannekes, mannekes… dat jong geweld. Waar is den tijd…”
We hebben hier ondertussen ook onze lievelingsmensen gekozen. Dat gaat vanzelf, daar moet ge niet over nadenken. Ik heb zonder twijfel de moeke uitgekozen. Dat voelde juist vanaf de eerste knuffel. Haar schoot is mijn veilige haven, haar armen zijn gemaakt om in te slapen, en bij haar kan ik écht helemaal verdwijnen.
Cesaar daarentegen heeft duidelijk voor de vokke gekozen. Twee handen op één buik. Zelfde energie, zelfde tempo, gedeelde liefde voor muziek. Ik snap dat wel. Dat klikt gewoon.
Maar er is één iemand…
Nonkel Seppe.
Daar zijn we allebei stapelzot van. Echt waar. Maakt niet uit wie van ons eerst bij hem geraakt: we smelten tegelijk. Zijn schoot is altijd warm, hij blijft zitten (belangrijk detail), en hij lacht met alles wat wij uitsteken en vooral, hij doet iets minder flauw als we in zijn handen bijten. Dat alles maakt hem officieel gedeeld bezit.
Sommige mensen kiest ge apart.
Maar nonkel Seppe?
Die hebben we samen uitgekozen. 💛
Tot de volgende sprong 🐾
Slisse
Springkonijn of hond?
Eerst spelen en kibbelen...
daarna beste maten
rust zoeken bij de bezorgde nonkel
Kennis maken met bomma en bompa — strategisch belangrijk, want zij zorgen altijd voor een extra snoepje
De dag begon vandaag normaal. Ik was bezig met zeer serieuze hondendingen (lees: liggen, opstaan, weer liggen), vokke en moeke moesten ‘efkes weg’ en kwamen terug…met Slisse.! Klein. Snor. Poten veel te hoog voor dat lijfje, ik kan er gewoon onderdoor lopen zonder dat ik me moet bukken! En hij rook… anders. Naar pup. Naar avontuur. Naar mogelijk chaos.
Mijn staart ging automatisch in standje helikopter. EIN-DE-LIJK. Een speelkameraadje! Ik deed mijn beste “kijk hoe leuk ik ben”-sprong, inclusief halve salto en licht gegil van enthousiasme. Slisse keek mij aan alsof hij dacht:
“Amai, daar scheelt iets aan”.
Maar dat was slechts stilte voor de storm, na 10 seconden ging zijn staartje even hard heen en weer als de mijne.
En weet je wat ook straf is: Bandiet, die van mij eerst een beetje bang was en nu van Slisse helemaal niet.
Waarschijnlijk dacht hij: “Ach. Die kan ik aan.”
Hij liep zelfs heel de tijd samen met dat klein grut.
Kwispelend. Rustig. Als een nonkel die ineens beseft dat hij dat familiefeest toch leuk vindt.
Slisse en ik hebben uiteindelijk zó hard gespeeld dat zelfs onze speeltjes moe waren. We vlogen, rolden, sprongen en deden alsof we auditie deden voor een stuntteam. Maar op een bepaald moment was het duidelijk: iedereen had rust nodig.
Tenminste… in theorie.
In de praktijk bleek rusten een kunstvorm. Moeke probeerde het voorbeeld te geven, maar wij had andere plannen. Wij vonden dat “rust” vooral betekende: nog één keer trekken aan een speeltje, nog één sprongetje, nog één rondje door de living.
Dus ja… uiteindelijk belandde Slisse in de bench. Niet als straf, maar omdat hij dat ding nu al ziet als zijn privé‑suite. Hij vindt dat dus écht niet erg.
Ik snap dat niet. Ik vind een bench verschrikkelijk. Maar Slisse? Die kruipt erin alsof hij een VIP‑pas heeft voor een exclusieve hondenlounge.
En zo kregen we eindelijk rust.
Of toch… een soort van.
Conclusie:
Bandiet is gegroeid.
Slisse is brutaal.
En ik… Ik ben nog altijd dolenthousiast. 🐾😌
Want sommige vriendschappen beginnen niet rustig.
Die beginnen met kwispels, chaos
en een pup met een snor. 🐾💛
Synchroon spelen, omdat chaos ook choreografie kan zijn
serieus? gij vindt da plezant ofwa?
18 feb 2026 13:33
16 feb 2026 12:29
Hallo. Ik ben Cesaar. Pup. Teckel. En blijkbaar onmisbaar in dit huishouden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb